Dromen, drammen en drommen

Op naar het nieuwe normaal raken nieuwe eigenschappen aan de voortschrijdende identiteit van onze soort nader duidelijk. De belangrijkste voorwaarden voor het bestaansgeluk worden door vele leden uit de groep jager/verzamelaar gevonden in winkelen, op de voet gevolgd door terraszitten en feesten.

Als onze soort een plekje zou krijgen in de dierentuin, hoe zou dat er dan uit moeten zien? Lekker volbouwen met winkelstraten en pleinen als habitat? Het sociale driftleven moet nodig bevredigd raken door zwerftochten die vondsten en koopjes opleveren. Jezelf trakteren, dat is het ultieme genot waarvan massaal wordt gedroomd.

En dan het theater van het terras: kijken naar anderen en die anderen kijken dan weer naar hen op het terras. Heel interactief! Als je zo’n plek voor in de dierentuin zou ontwerpen, zou ik er een enorm beeldscherm bij nemen. Een beeldscherm met dat laat zien wat er in de hoofden van onze soort omgaat. Welke gedachten, beelden, verlangens, emoties spelen daar? Het bestaan van de homo sapiens speelt zich voornamelijk in die hoofden af en is de motor van alles wat er vervolgens aan handelingen voorbij trekt. Het is een enorm raadsel. Vooral omdat volledig duister blijft waar het allemaal goed voor is.

Dat raadsel houdt me in de ban. Als een bange puber vraag ik me regelmatig af wat ons bestaansrecht bepaalt. Corona gaf zeker een stevig duwtje aan deze gedachtestroom. De natuur die de ontwikkeling van onze soort richting gaf, lijkt er nu wel weer eens vanaf te willen. En dat is geen wonder. We gedragen ons als de neefjes van tante Jo. Tante Jo die ze niets weigerde en nu moest ervaren dat de neefjes het hele huis hadden vernield en uitgewoond tijdens het feestje waarvoor ze het van haar hadden geleend. Zonder een spoor van spijt lieten ze het zo achter. Hier en daar wat halfslachtig opgeruimd, haar pronkstukjes liefdeloos gebroken over de vloer verspreid.

Wat maakt ons mensen toch zo uniek dat we behouden moeten blijven? Ik schaam me vaak diep over de nieuwe geologische laag van troep en plastic die we aan onze wereld hebben toegevoegd als ware het een nieuwe grondstof.

Ik heb uiterst veel moeite om me te beperken tot mijn eigen plezierbeleving. Lang geleden had ik eens bepiekerd dat de vraag over de zin van ons bestaan geen bruikbare antwoorden zou opleveren. Maak het leven dan vooral tot een plezierige ervaring voor jezelf en anderen om je heen. Zoiets nam ik me voor. Maar het voornemen werkt niet meer zo goed. De pot vol aangename ontdekkingen lijkt een bodem te hebben.

Ik stoor me aan mijn eigen zwartgalligheid en daar word ik dan nog chagrijniger van. Tot mijn enorme verrassing had de slaap mij de afgelopen weken stevig in de greep. Helemaal in tegenspraak met mijn gepieker over de zin van het bestaan, bleek ik dag aan dag te slapen als een warm gekoesterde marmot.

Ik ga nu weer eens werk maken van het op peil brengen van mijn humeur. Het begint vaak met uiterst simpele dingen om die balans weer wat terug te vinden. Op tijd aankleden, per dag een of twee kleine dingen doen waar je tegenop ziet. Daar dan eventjes trots op zijn. Oefeningen weer eens bijhouden. Wandelen. Iets afmaken. De krant doorlezen. Het even laten indalen als er een moment van pret of dierbaarheid opduikt. Daar nog eens aan terugdenken.

Mijn lezers die allemaal thuis ronddraaien totdat ‘het’ weer kan, doe ik ook vast weinig plezier met de duistere geluiden die opborrelen uit de krochten van mijn brein.

Om verder te lezen, klik hier