Drukte op de drempel

Iets maakt dat ik, zoals wel vaker, wakker wordt uit een diepe slaap. Het is nog donker, maar de warme ochtend wringt zich voelbaar op z’n plek. Ik duw me omhoog en zit even op de rand van het bed. De slaperigheid trek nog mistige strepen in mijn hoofd. Toch besluit ik op te staan. Beneden gekomen doe ik meteen de tuindeur open. Een planeet schijnt helder in de nacht. Mars, Venus? Waarschijnlijk Mars. Na een paar minuten begint het eerste grijs in de hemel op te lichten. Ik hou van dit moment en blijf kijken hoe de hemel begint te kleuren. Lang duurt het niet voordat het licht geworden is.

Een piepkleine beweging trekt mijn oog naar de vloer. Er rent een puntje over de keukentegels. Het zal toch niet? Ik sta op en zie op de drempel van de open deur een geagiteerd klontje mieren met elkaar overleggen om direct daarop uiteen te snellen alle kanten op de keuken in. Ojee, een startende invasie. Ik ga zitten en probeer door de waas in mijn hoofd heen te bedenken wat we dan altijd deden, als dat gebeurde. Kaneel! Ik rommel door de keukenlade waar dat in kan zitten en jawel! Daar ligt zo’n dikke zak nog helemaal dicht.

Ik sta op de invasieroute en voel een tikje pijnlijke kriebel op mijn been. Mier eraf, zakje opgeknipt, strooien tegen de route in naar het beginpunt. Beginpunt helemaal omringen met het kaneelstof. Goed kijken hoe de vluchtroutes worden gezocht en gevonden. Nog een intensief strooirondje doen tot alles dicht ligt. Ze geven niet meteen op, maar na een aantal minuten zie ik de troepen langzamerhand afdruipen, terug naar buiten.

De hele dag blijft het rustig. De hele keuken ruikt stevig naar kaneel. Gelukkig is het warm en kan de deur open blijven staan. We prijzen ons gelukkig de invasie tot staan gebracht te hebben. Tot ’s avonds een uitwaaierende groep mieren over ons aanrecht blijkt rond te rennen. Ef veegt er zoveel mogelijk van bij elkaar en spoelt ze door de gootsteen. De volgende ochtend blijkt echter dat het mierengeluk om zich heen grijpt. In allerlei spleetjes en kieren van het aanrechtblok loopt wel wat. De verdelgingsservice gebeld. Het is vrijdag. Maandag zijn we pas aan de beurt. Tijd genoeg voor de bouw van een nest op een plek waar je er vast slecht bij kunt. Zo schat ik ze wel in, deze tierige mieren. Ef slaat toe met een boenbeurt om vervolgens ook alle kiertjes te dichten. Ik zie ze toch weer op de vloer verschijnen, op weg naar de huiskamer en strooi nog maar eens gul met de kaneel.

Dan wordt het rustig. Iedere losse verschijning wordt nog even behendig doodgedrukt. Niets meer!

Werkelijk niet. Op maandag bel ik vroeg de verdelging af. Zie de volgende dag nog twee leden van de kolonie. En dan is het echt helemaal uit.

Echt waar! Nu al weer meer dan tien dagen. Vroeg wakker worden beloonde dit keer.

Om verder te lezen, klik hier.