Een krimpende horizon

Het was ineens veel stiller na Pasen. Iets maakte dat er voelbaar een andere stemming onder de mensen binnensloop. De vloed aan grappige filmpjes waarvan ik het arriveren hoorde aan de piepjes op de telefoon van Ef, is veranderd in terugtrekkend tij. Op de mail bleef het heel rustig, bijna stil, en ook op Facebook was er minder te beleven dan de weken ervoor. Het leek of er een nieuwe ernst was ontstaan. Alle maatregelen bleven van kracht. En het was onduidelijk voor hoe lang. De schaarste aan ziekenhuisbedden en IC-plekken, alles uiterst benauwend. De vakantie-achtige euforie, het denken in kansen, het was er allemaal een beetje af. Een zomervakantie en of festival dit jaar? Volgend jaar? Niemand die het wist.

De noodkreten uit ondernemend Nederland, van groot tot klein, zwollen aan. De pijn van de afzondering voor alleenstaanden, ouderen en mensen met allerlei handicaps werd voelbaar en ook die van de mensen die hun naasten en goede vrienden niet meer tot steun konden zijn zoals ze graag wilden en nodig vonden. De sterfte in allerlei instellingen steeg in een verbazend tempo. Het ziekenhuiswezen was alleen nog open voor spoedgevallen en slachtoffers van de pandemie.

Vanuit Duitsland kwam het genereuze aanbod om gebruik te maken van IC-bedden in de ziekenhuizen aldaar. Daar was het aantal aan medische voorzieningen niet uitgekleed tot de meest waarschijnlijke gemiddelde, maar meer berekend tot een getal dat zichtbaar wordt in geval van een ramp.

Ook was het nu echt wel duidelijk dat er nóg een verborgen getal was in het nieuws over de ontwikkeling van de pandemie; namelijk het getal van het aantal slachtoffers die nooit in de ziekenhuizen terecht waren gekomen.

Ik harkte nog maar weer eens door internet om erachter te komen hoe besmettelijk het virus nu werkelijk kon zijn. En hoe lang het buiten de lijven actief zou weten te blijven. Want het ‘goed’ doen en de maatregelen volgen, vond ik nog steeds niet genoeg. Ik besefte te diep dat niet alle instructies geworteld waren in een poging mensen voor het virus te behoeden. Het uiterst precaire tekort aan de meest basale beschermingsmiddelen als wegwerphandschoenen, ontsmettingsalcohol en handgel, mondkapjes en dergelijke, was onuitgesproken al lang duidelijk: in geen weken te vinden in de winkels.

Maar volgens de bezweringen van de voorlichting aan het volk, waren die ook niet nodig in de ‘anderhalve-meter-afstand-maatschappij’, waar iedereen thuis zou blijven en zijn handen voortdurend zou wassen. Gelukkig hadden we nog oude klusvoorraden aan latex-handschoentjes en ook vond ik nog een heel goed werkende handcrème tegen de uitdroging van het vel aan de handen.

Om verder te lezen, klik hier.