Een vierkante centimeter is algauw groot

Na dat onthutsend mediterrane voorjaar, dat je zonder blikken of blozen primavera kunt noemen, is het nu weer oer-Hollands zomeren. Wisselvallig, dan weer grijs, dan weer kort kierende zonneschijn, en soms ineens even echt warm. Ik heb mezelf gedwongen nu eens achter die heerlijk nieuwe machine te gaan zitten en me aan het leegwerken van de verstelmand te wijden.

Bij dit werk borrelen de gedachten tomeloos op, want zo gaat dat met dit type karweien. Eerst bespiegel ik uitgebreid hoe verraderlijk lastig dat werken met de naaimachine eigenlijk is. Zo ligt er een project dat ik al ‘bijna’ af heb. ‘Bijna’, want dat weet je vaak toch niet zo precies vooruit. Het zit zo. Een jaar of twee geleden bekeerde ik mij tot het starten met de langgekoesterde wens om nog eens een echt goed zittende broek voor mijzelf te maken. En dan liefst een lekker warme. Want o horror, met die mode en mijn figuur is het al zeker meer dan twintig jaar oorlog. Sinds de broekband moest zakken, wil er geen enkele broek ooit meer op z’n plek blijven. En ik haat het om sjorrend door het leven te gaan, of die eeuwig afkoelende plek onderaan mijn rug te voelen. Ik dacht nogal eens aan bretels, extra elastiek en wat dies meer zij.

Een lieve vriendin maakte voor mij zo’n vijftien jaar geleden een broek op maat, naar mijn wensen en met al haar talent in het ontwerp. Ligt nu trouwens ook te wachten op een nieuwe sluiting. Ze had een proefmodel gemaakt dat ik uit elkaar kon halen en gebruiken als patroon.

Ooit heb ik mij echt bekwaamd in het ontwerpen en maken van kleding en was al doende toch wel op enig coupeuseniveau geraakt. Dat is een lange leercurve waarin heel veel ervaring zit, wil het echt wat worden. Ik maakte veel mooie dingen voor mezelf en soms ook voor anderen. Eind vorige eeuw stopte ik met het roken van een pakje shag per dag en de zo gewonnen kilo’s maakte dat ik mijn hele kledingkast weg kon doen. Na een paar weken paste ik nergens meer in. Ik had geen puf of tijd om het kunstje nog eens te herhalen en kocht in de uitverkoop en tweedehands de vervanging bij elkaar.

Maar, zo dacht ik nu, met die vaardigheden is het net als met fietsen en zwemmen, je verleert het niet echt. Daar was ik van overtuigd en raakte onmiddellijk verstrikt in alle overbekende beginnersfouten. Die maak je namelijk pas niet meer wanneer je heel regelmatig bezig bent en op je routine kunt vertrouwen. En het bleek toch wel erg lang geleden.

Om te beginnen koos ik voor mijn warme broek een stof die er prachtig uitziet, maar ook voor echt ervaren mensen wel een uitdaging zou zijn om mee te werken. Ik realiseerde me helemaal niet dat de stof die ik uitkoos, een in een fraai bloemenreliëf geweven en een tikje rekbaar materiaal, wel eens grote problemen zou kunnen geven als je er iets van ging maken.

Dan maar een steile leercurve dacht ik nog moedig bij de ontdekking van deze eigenschappen. Het werk verliep veel langzamer en moeilijker dan ik me had voorgesteld. Maar het was een geweldig patroon. Een beetje ingeregen en -gespeld viel het model echt mooi. Dat gaf moed. Enige gebroken naalden en draden verder, ontdekte ik de zoveelste beginnersfout en moest mijn toevlucht zoeken tot het tornmesje, iets dat ik echt haat.

De stof haatte de behandeling evenzeer. Het garen van de net genaaide naden had zich zo goed in de stof verstopt dat het nauwelijks nog te zien was met mijn blote (bebrilde) oog. Een weinig belonende worsteling volgde waarbij ik steeds benauwder werd dat ik op een lullig moment in de stof zou snijden en het zo helemaal zou verpesten. In de stof bleek ook een haardun metallic draadje meegeweven dat niet te zien was, maar wel steeds meedeed als ik mijn garen probeerde door te snijden. Ook had de machine fel geprotesteerd, te zien aan de wilde broddellussen op de kant die tijdens het vastnaaien verborgen bleef. Kluwens van garen in mijn werkstuk, kluwens van gedachten en emoties in het hoofd. Het gepruts vroeg zomaar dagen inspanning.

Voordat ik het geheel voorgoed in een hoek zou smijten, probeerde ik de broek toch weer even om het lijf en ja, nog steeds zo’n mooie val. Na een bijna tranentrekkende strijd die ik toch moedig volhield, had ik dan eindelijk een enigszins geprutste, maar toch heel draagbare broek. Tot mijn waanzin bleken er al na een dag dragen naden spontaan los te laten. Ik besloot tot een algehele herziening, ooit, een keer.

Die broek lag mij dus al enige tijd bijna verwijtend aan te kijken: zoveel moeite ingestopt en er dan met een grote boog omheen kijken. Ik liet de kluwen in mijn hoofd uiterst geduldig tot rust komen voordat ik besloot hoe ik de broek uiteindelijk zou afmaken. Het in bezit nemen van de nieuwe naaimachine wierp een nieuw licht op de haalbaarheid. Ik moest echt proberen om er nog iets behoorlijks van te maken. De hervatting van de leercurve voor lief nemen en gewoon aan het werk gaan. De nieuwe machine werkte zonder protesten door, ook bij heel dikke naden. En nu heb ik dan eindelijk mijn mooie, warme en goed zittende broek. Iemand met ervaring in dit werk, zal aan de binnenkant nog flinke sporen waarnemen van het gebroddel, maar hinderlijk is dat verder niet.

Al doende dacht ik opnieuw na over het proces van kleding maken. Het lijkt eenvoudig en overzichtelijk, maar is dat absoluut niet. Het aantal stappen dat je bij alle handelingen vooruit moet denken, is groot. En er zijn heel veel factoren die je daarin mee moet nemen. Het gedrag van je materiaal bij het knippen of snijden en onder de machine, kan flink tegenwerken. Geen enkel detail in materialen, ontwerp of aanpak mag echt geheimen bevatten, want zo wel, loop je onherroepelijk vast.

Er zijn veel dames die kleding maken en beweren niets van wiskunde te weten. Andere mensen spreken dat nooit echt tegen, ook al is het zo dat er een groot geheel van meetkunde-oefeningen voor gevorderden verborgen zit in het werkproces. Ronde lijnen, tal van verhoudingen en spanningspunten, binnen- en buitenkanten, maken dat er een appèl op het ruimtelijk inzicht wordt gedaan. Het is veel en veel ingewikkelder dan het maken van een kast met lades. Echt!

De aanblik van het werken met de naaimachine doet op het eerste gezicht denken aan autorijden; gewoon gaspedaal indrukken en gáán. Dat mag zo lijken, maar klopt niet. Het stikken en afwerken van naden is zoiets als flink doorrijden terwijl je je blik strak op de strepen van de weg moet houden, en je precies op de goede momenten gas geeft of remt. Want niet alleen berijdt je deze denkbeeldige weg, je legt hem al doende ook aan. En dan heb ik het nog helemaal niet over het bewerken van de vele details. Dat kun je gerust vergelijke met het maken van een heel lange reis waarbij je om de haverklap met al je bagage zonder hulp moet overstappen.

Zo, dat is maar eens gezegd.

Kleding maken is absoluut niet voor de simpele geest die simpel werk doet. Waar zou dat idee toch vandaan komen..? Als mannen echt wisten hoe moeilijk het was, werd dit beroep allang niet meer in de vrouwelijke vorm als naaister of coupeuse betiteld. Maar dat weten ze meestal niet en daarom kennen we dus geen naaier of coupeur. Ik geloof dat dat in andere talen net zo werkt. Alleen het ontwerpen van mode, dat is heel lang aan mannen voorbehouden geweest. Naast dat dit een onmiddellijk belonende activiteit is in aandacht, aanzien en geld, is het ook een beroep waarbij veel leiding moet worden gegeven. Dat zal er wel mee te maken hebben. Lang geleden? Valt mee. Tenslotte gingen mannen ook pas aan de slag op toetsenborden toen de computer zijn intrede deed. Of was het haar intrede? Daar wil ik vanaf zijn.

Een huldeblijk aan onze kledingmakers is in ieder geval gepast. Van alle leeftijden, genders en nationaliteiten. Graag gedaan, bij deze!

Om verder te lezen klik hier.