Factoren en letters

De nacht trok me een paar etmalen later opnieuw in haar ban. Sleurde me van inslaapmoment naar inslaapmoment. Het ochtendlicht stuurde me wankel de dag in. De open gordijnen, het kopje thee, de waai in de grijze lucht kalmeerden me. Hoe raadselachtig is het toch dat de zuigende diepte van duistere afgronden zich door suffe alledaagse dingen zomaar weg laat sturen om gedwee plaats te maken voor mijn doodsaaie, maar o zo dierbare routine in het leven. Ook de sudoku lukte me gewoon, zonder haperen.

Ik weet dat ik deze nachtelijke angstslalom gemeen heb met heel veel anderen. In de buurt zie ik een Syrische familie greep op hun bestaan zoeken. Ik weet van de bezoekingen die de generatie voor mij dag na dag voortdwongen. In iedereen die grote en bedreigende schokken heeft doorgemaakt, sluimert een wereld van tomeloze hulpeloosheid. Zonder bewuste bewaking duikt dat gevoel zomaar uit de diepte op en valt je ’s nachts aan. Het licht van de volgende ochtend lacht je daarop zachtjes uit.

Ooit bevonden we ons in een kabelbaan. Vakantie-overmoed, zo besloten we later, want wij zijn geen helden op hoogten. Het was zomer en wij zaten als enige in dat ding. Mijn voet zat een beetje verkeerd, want ik was niet helemaal goed geland bij het snelle instappen. Ketting voor de buik en niets meer bewegen, meer kon ik er niet van maken. Met een schok kantelde het stoeltje zonder rugleuning een beetje naar achteren. We grepen elkaar met één hand vast en keken ongelovig in de zich ontvouwende dieptes. Met iedere seconde verstijfden wij meer. Uitzinnige hoopvol keken we naar de hoge bergrand die we o zo langzaam toch naderden.  Het mechaniek piepte en kraakte voortdurend luid tot het af en toe met een ijselijk gekras ineens stilhield, om de stoeltjes daarna weer verder te stoten. Aangekomen bij die volgende kim bleek er geen uitstapmogelijkheid, alleen een nog diepere diepte en een volgende kim.

Zo lijkt het ook in deze pandemie, al waren we hier niet overmoedig ingestapt. Of wel misschien, maar dat dan binnen de lange geschiedenis van onze mensheid. Het doet me zo goed dat onze crisisbeslissers nu wel echt vooruitlopen op de ontwikkelingen van de uitbraken. Niet eerst afwachten tot het echt fout gaat, maar andere knopen tellen. Intussen strijdt het virus met ons; het bestrijdt ons steeds vasthoudender. Het beantwoordt ons ontwijken met de vele trucs die het rijk is: het wijzigt zichzelf zo ver, dat het ons opnieuw in de greep krijgt.

De vluchten uit Afrika en Brazilië zijn afgelast. Niets te vroeg. Virus B is al gesignaleerd in België. A is ook vast al in de buurt geland, ergens in de laatste weken. Het kan zomaar zijn dat dit geen derde golf mag heten, maar een tweede pandemie. Het lijkt eigenschappen te hebben ontwikkeld waar onze mooie vaccins misschien helemaal niets kunnen beginnen. Doorgemaakte besmettingen geven geen bescherming. Van immuniteit schijnen die varianten absoluut niet onder de indruk te zijn. Zij die het weten kunnen weten het nog niet zeker, maar deze veronderstelling past zeker in de lijn van het gedrag van virussen. En van hun functie.

In afwachting van de besluiten over de avondklok pingelt de mobiel van Ef doorlopend. Het hebben van een hond (of leenhond) is nu onbedaarlijk populair. Misschien dat ook meer mensen zich willen toeleggen op mantelzorg. Echt dan, hoop ik. Met een bijkomend vrijbriefje zit er dan zomaar een gouden randje aan het ontduiken van de regels. Het is maar een idee.

Soms vind ik in het oude normaal ook wel eens een echt mooi idee, zomaar op het net. Ik surfde wat rond om te kijken of er nog leuke technische trucs in de naaitechnieken op zouden duiken. ’30 tweaks you can’t do without’, zo las ik. En in een dergelijk serie-tje zag ik een pront, wat gezet Chinees dametje gewapend met een flinke schaar in een flits door beeld komen met een idee dat ik weergaloos vond. Een soort handschoenen.

Ik loop namelijk in huis nog wel eens met vingerloze handschoentjes rond. Maar deze dingen hebben veel te korte manchetten zodat de kou via de polsen alsnog optrekt. Al tijden een hevige ergernis. Ik spoelde het fragment terug. Pas na drie keer stap voor stap te kijken naar wat ze nu precies deed, begreep ik dat ze twee oude (ik hoop schone) sokken nam en hier in één beweging de teenbedekking vanaf knipte, evenals een hoekje uit de hiel. Tadaa: twee vingerloze handschoentjes met ieder een gat voor de duimen en heel lange manchetten waren de oogst. Ik heb nu twee paar, want inderdaad, dit was een fluitje van een cent om te maken!

Om verder te lezen, klik hier.