Geluk gezocht

Antwoord van Twan, 5 juni 2021 (Brief Lena is hier)

Aan Lena

Zo, daar ben ik dan ook!

Ik was verheugd om jouw brief in de digitale mailbox aan te treffen – toen ik bij Ef en jou was, wat enorm fijn was (en ik neem snel weer een fles whisky mee om het evenwicht niet te verstoren) opperde ik inderdaad dat idee. Het leek me heerlijk om iemand te schrijven, om een literaire verwantschap aan te gaan. Ik was enorm blij toen je zo enthousiast reageerde, en nog enthousiaster toen ik je brief las.

Nu, na ruim anderhalf jaar, vind ik het nog steeds een bijzonder gegeven dat we bevriend zijn geraakt. Ik kon vroeger altijd al goed met volwassenen opschieten, maar zo’n vriendschap met een gat van een paar decennia, dat had ik niet verwacht én niet durven dromen. Het is er toch van gekomen.

Ook heb je gelijk, zoals je vaak gelijk hebt: ik ben druk. Of eigenlijk: ik heb het gevoel dat ik druk ben. Vaak vallen de afspraken en verplichtingen wel mee, maar het leven komt vaak zo overweldigend hard binnen dat iedere afspraak voor mijn gevoel een hele dag overhoop gooit. Als je dat iedere dag hebt, en iedere dag is er wel een afspraak, lijkt het soms alsof het leven over je heen rent en niet stopt. De laatste tijd probeer ik meer wit in mijn agenda op te nemen en dat bevalt me goed.

Ik moet je bekennen dat het voor mij helaas geen prachtige dag is om diep gelukkig te zijn – vrees niet, het gaat niet slecht, maar de laatste tijd worstel ik met het plukken van het geluk. ‘Het geluk’, wat klinkt dat eigenlijk vreselijk. Het is amper te beschrijven en toch proberen we dat constant – dweilen met de kraan open, vechten tegen de bierkaai, om het zo maar even te zeggen. En toch doe ik niets liever dan geluk, en de schaduwkanten van het geluk, te vangen in een gedicht of in een column.

Je schreef: ‘het raakt je aan’ – zo is het. Het raakt je aan, onverwachts, haast ongemerkt, met benige vingers. Geluk is er natuurlijk in vele vormen, en ik mag, sterker nog: moet, zeker mijn zegeningen tellen, want ik heb veel goede vrienden, een eigen huis (nu moet ik meteen denken aan dat vreselijke lied van Rene Froger en Het Goede Doel), twee ouders die allebei nog leven en altijd voor me klaar staan, een kat, Madame Bovary, en nog veel, veel meer. Ik zou alleen mijn verliefdheid van een richting willen voorzien, zoals je zo mooi schreef. Het voelt bijna ondankbaar om, al deze geluksvormen in ogenschouw nemend, te klagen, maar ik kan me niet inhouden. Voor De Kwistige Reynaerde schreef ik een column met hetzelfde thema, waarin ik beschreef dat mijn gedachten de laatste tijd steeds afdwalen naar oude geliefdes – lang durfde ik daar niet over te schrijven, want het is al zo vaak gedaan en om je liefdesleven zo te etaleren, ik weet het niet, maar de laatste tijd houdt dat me bezig en ik heb me altijd voorgenomen om te schrijven over de dingen die me bezighouden. Het is vast een fase, zoals alles een fase is.

Laatst ontmoette ik een interessant en intrigerend persoon, per abuis. Zij zei niet dat het leven een eitje was, integendeel, maar zei wel dat dat het leven eigenlijk ‘nergens op slaat’, en daar sluit ik me bij aan. Het is een vreemd schouwspel, een verkeerd geprogrammeerde simulator, een film zonder einde. Dat is niet erg, maar soms wel lastig. Jij hebt het geluk gevonden met Ef, en vertelde laatst. Toen ik je ernaar vroeg, dat het ook hard werken is en dat niets vanzelf gaat. Ik verkeer nu in een fase waarin het ontmoeten vaak wel vanzelf gaat, maar dat harde werken en de dagen met iemand stapelen, dat moet ik nog uitvogelen. Relaties die schipbreuk leden nestelen zich in mijn brein als een vogel met grote vleugels, die bovenop de eieren met zegeningen gaat zitten. Misschien broedt de vogel binnenkort een ei uit, ik weet het niet.

Wat me wel veel vreugde brengt, is deze briefwisseling – ik heb nog geen idee waar het naar toe gaat, maar dat geeft niet. Stiekem vind ik dat wel fijn, prettig, ik word er zelfs een beetje gelukkig van. Hoe is het mogelijk!

A suivre!

Om verder te lezen, klik hier.