Het kleine leven

Onverhoeds

Onder het zo strak mogelijk getrokken dekzeil van de tv-presentatie van het kabinet, nam ik veel worstelende bewegingen waar. Mijn eigen puzzel over en rond de corona-uitbraak nam mij meer in beslag dan ik graag wilde. Maar het ging niet anders, het gedachtencircus was los. Met name het aantal doden dat Italië plotseling te betreuren had, deed mijn vertrouwen schudden.

Aan de ene kant moesten we niet al te bezorgd zijn, zo werd bepleit. Alleen risicogroepen liepen een kans op overlijden. Net als bij de griepgolf. Toch bleken er zoveel zorgen over de beschikbare ziekenhuiscapaciteit, dat een algemeen thuisblijven nodig geacht werd om te voorkomen dat te veel mensen tegelijk besmet raken. Ik voelde een koude tochtvlaag in deze uitleg en trok de conclusie dat het virus wel eens dodelijker kon zijn dan werd verteld. De uitleg was beslist gericht op het voorkomen van paniek. Dat beangstigde mij dan weer.

‘Wij gaan in zelfquarantaine’, zei ik en vroeg daarop aan Ef: ‘Hoe lang denk je dat we dat kunnen volhouden?’ ‘Heel lang’, stelde hij. We waren het gelukkig eens. We hadden al een half jaar de oefening van ons postzegelen achter de rug, ons huis bejaardenproef gemaakt met slimme voorzieningen. We hadden er een heerlijke woonplek van gemaakt met een erg vrolijk, romantisch tuintje erbij; met warm weer een heerlijke verblijfplek . ‘Ik wil het volhouden tot er een vaccin of iets dergelijks is. Voor die tijd hoef ik nergens heen’, zo stelde ik. Ef was solidair. Voorlopig zou het ook niet zo moeilijk zijn, want je kon eigenlijk ook niets meer dan een beetje wandelen en winkelen.

‘We gaan ook zo min mogelijk naar de winkel’. Was ook goed. Beetje voorraden opbouwen en goede boodschappenlijstjes maken.

De uitnodiging voor het optreden op de school werd bij voorbaat al afgelast. Ik had alle begrip. Onze stedenverrassingstrip werd omgezet in een voucher. Maar zien waar dat op uitdraait. Het virus was nu overal ter wereld aan het landen. En de gedachte dat het virus zou uitdoven bij zomerweer, ging ook niet meer op: ook in Brazilië sloeg het flink toe. De mensen stonden op balkons om te protesteren tegen de wegkijkerij van hun president. Het meest hoorden we over de VS waar ook Trump zijn uiterste best deed het verschijnsel te bagatelliseren en de schuldvraag als kern van de kwestie benoemen. Overal speelde de economische gevolgen een grote rol, zo geen hoofdrol. En de beperkte medische capaciteit. En de onzekerheid over het te verwachten vervolg.

Het hamsteren van allerlei zaken nam een vlucht. Efs mobiel vulde zich per uur met allerhande grappige filmpjes. Nu iedereen ineens tijd had, gebeurde er dingen die je in ons propere en vlijtige landje kunt verwachten. Na het applaus voor de mensen in vitale beroepen ging iedereen thuis aan de slag om achterstallig onderhoud te doen en het huis op te schonen van verzamelde overbodigheden. Rijen hier, rijen daar. Men zou elkaar helpen, zo was het gevoel.

Het applaus gaf mij een sinister gevoel. De wiebeligheid in mijn hoofd nam toe. We keken zo af en toe het journaal, maar ik begon het nieuws te mijden. Ef riep af en toe iets over wat er op de NOS-app te lezen viel. Op Facebook werd duidelijk dat er alom ingezet werd op een vrolijk overleven van de crisis en vielen er veel beschouwingen te lezen over de verandering die deze stilstand van het gewone leven cadeau deed. De ongekende stilte werd gehoord. En het CO2 gehalte in de lucht en de andere gebruikelijke vervuiling, werd zelfs wereldwijd onderkend. Goed voor iedereen. Misschien ook wel voor de insecten. Meer bijen dit jaar? Ik let op! Als het langer duurt, waait er vast ook veel minder plastic in zee.

Er kwamen ook veel speculaties over hoe het leven zou veranderen na de crisis. Wat we ervan zouden hebben geleerd. Bij mij bracht dit de herinnering aan een hoorspel dat ik ergens in de jaren ’70 hoorde op de radio. Het speelde in Frankrijk, toen de welvaart de samenleving op z’n kop zette. Bij een denkbeeldige verkeersfile voor de poorten van Parijs die een uur of 10 duurde begonnen zich ongekende taferelen af te spelen. De gestranden kregen steeds intenser contact met elkaar en gingen elkaar helpen met eten en water. Ook liefdes schoten in bloei. Een plotselinge, warme golf van empathie rolde door de gelederen. Om in een flits te verdampen op het moment dat de zaak weer in beweging kwam, ieder weer onmiddellijk instappend, om verder te rollen in de gebruikelijke anonimiteit; een haastig afscheid, het moment voorgoed voorbij als bij het onverhoeds ontwaken uit een diepe droom.

Dit slot hield mij nog lang bezig. De vraag of mensen eigenlijk wel iets leren van moeilijke situaties. Ik denk het niet, in ieder geval niet snel. Wel op een persoonlijke manier. Daar wordt heel veel onthouden en dat komt als een konijn uit de hoed als het nodig lijkt. Sentimenten, pijn en wraak, het hamsteren van wc-papier, zijn alle zaken die voor mensen zelf en hun naasten richtinggevend zijn.

Maar gezamenlijk? Daar gaat heel veel meer tijd overheen. Zomaar decennia, zoals bijvoorbeeld bij de invoering van het vrouwenkiesrecht. En verworvenheden komen ook gemakkelijk opnieuw onder spanning te staan.

Er is ook een heel logge dynamiek van wat er wenselijk en voor waar wordt aangenomen. Vooral in geloven en leefregels komt dat nogal eens terug. Dan denk ik ook aan de beeldende kunst waar het dan weer wel en dan weer niet is toegestaan om levende wezens weer te geven. Dit gaat wereldwijd in golfbewegingen en heeft dat vanaf de prehistorie gedaan. Maar dit terzijde.

Het lijkt wel los van te staan van wat we aan verbeteringen in het levenspeil en de techniek tamelijk effectief weten in te lijven als een vanzelfsprekende manier van bestaan. Dat dan weer wel.

Intussen bleek er een kennis aan het virus te zijn overleden aan het einde van onze straat. Hier was ik niet op bedacht: zo snel en zo dichtbij en vooral ook zo akelig voor haar. Onze Italiaanse vrienden waren nog helemaal ongeraakt, behalve dat alles nu potdicht zat en er zelfs geen toestemming was om zomaar over straat te gaan. Op onze vaste camping waren ze waren druk bezig met het onderhoud en renovatie en vorderden hiermee gestaag, nu alle afleiding buiten bereik was. We appten dat weekend en ook in beeld zagen ze er blakend uit.

Ook geappt met de vrienden in New York vanwege het jarig zijn van één van hen. Ze vertelden dat ze als 70 plussers vanaf de volgende week niet meer buiten mochten komen, op straat. Maar ze waren zeer goed voorzien en toch al niet uithuizig en zagen er eigenlijk niet tegenop, want stevig omringd door lieve buren. Eén gezin in hun complex had de stad met meenemen van de kinderen voor langere tijd verlaten. Ze mochten hun vriezer leegeten en zelfs de drankvoorraad aanspreken.

Ik ken ze: hoe moeilijker de situatie hoe levenskrachtiger de daden en woorden. Ze hadden inmiddels al vaker opgesloten gezeten. Met de 9/11-nasleep bleken ze in het afgesloten gebied te wonen. Zelfs kregen ze toen twee Arabisch sprekende mannen toegewezen door de autoriteiten om hen onderdak te verlenen. De mannen verdwenen even plotseling als ze gekomen waren, onder achterlating van al hun bagage. Niemand bleek geïnteresseerd in de inhoud, zodat ze toen met een paar vreemde koffers zaten. En ook tijdens orkaan Sandy hebben ze dagen vastgezeten zonder stroom. Veteranen dus in gedwongen thuisblijven.

Opstekertje van de week was wel het zonnetje dat zich steeds vaker laat zien. Uit de wind, kunnen we er alweer in zitten achter in ons tuintje. Het tellen van de zegeningen moest goed worden onderhouden. Dat helpt best! Netflix ontving ons geduldig: geen reclames, geen ernstige woorden over ellende. Wel nog een glimp gezien van de beelden uit Bergamo waar zich een soort oorlogssituatie heeft ontwikkeld. De doden gaan in massagraven. Soms zelfs zonder de familie te waarschuwen. Door tijdgebrek.

Verder lezen kan hier.