Het moerasland van de mores

Ik probeer mijzelf als de Baron von Münchhausen aan mijn haren uit het moeras van boze gedachten te trekken. Kan ik dan niet kijken naar de kansen die er liggen, de hoop die veel mensen hebben dat we gelouterd uit de crisis komen? Ik doe zo mijn best, maar mijn rijlaarzen zitten vol met zand en lood van jarenlang verzamelde ervaringen en observaties. Ik kan niet verder voordat mijn gedachtetrein zijn station van constateringen is binnengelopen. Ik stap in de aangrenzende coupé, die van de bredere tendens, het duiden van de onderliggende ontwikkelingen die de menselijke factor van nu bepalen. De coupé waarin blijkt dat jong volwassenen in zo’n heel andere wereld verder moeten roeien dan hun ouders kennen. Zij leefden met het algemeen gedragen beleid dat verpaupering wil tegengaan. Verstandig uitgesproken en beredeneerd sociaal beleid. Niet begonnen omdat armoe zo zielig is voor de mensen, maar omdat de samenleving niet gebaat is bij een onderklasse in moeilijkheden. En in het besef dat lang niet alle mensen de kracht, gelegenheid of het talent hebben om echt succesvol een leven door te komen.

Niet de marktwaarde, maar de waarde voor de stabiliteit van een redelijk welvarende samenleving staat bij hierbij voorop. Dat beleid rekent met heel andere coördinaten. Bijvoorbeeld dat de gezondheidsrisico’s voor iedereen te groot worden als een flink deel van de bevolking met te weinig hygiëne moet leven. Dat een samenleving zich te weinig ontwikkelt als een groot deel van de mensen permanent aan het overleven is. Het lijkt erop dat overheden zich er steeds minder bewustzijn van de uniek taak die zij hierin hebben. Dat zij werkelijk een eigen rol hebben, los van de markt, met heel andere oogmerken dan geldelijk gewin. En dat geldelijk gewin in de markt deels ophaalt om het maatschappelijk evenwicht te kunnen bewaren.

Daarom is het verbijsterend dat er zo zwaar is geleund op een ongeschreven wet die zegt dat de markt ook wil zorgen dat verdiensten ten goede zullen komen aan de hele maatschappij. Dat streven naar marktwinsten altijd inhoudt dat die marktpartijen de mooie samenleving in een mooi land uit vrije beweging in balans zal houden. Dat er zo gedacht zou zijn bij het steeds verder uit handen geven van publieke taken en verantwoordlijkheden, heeft meer weg van een geloofsrichting dan van een weldoordacht standpunt. Al heel lang groeit het bewijs dat dit ‘geloof’ een absolute illusie is.

De hele warme deken redenering ten gunste van ‘de markt’ vindt zijn oorsprong in het middeleeuwse begrip van ‘noblesse oblige’. Maar rijkdom en maatschappelijke positie vallen allang niet meer samen. Althans niet in de zin dat daar stilzwijgend een taak wordt gezien, een mores leeft, om de samenleving als geheel te versterken. Integendeel.

De zucht tot het verkrijgen van macht gaat broederlijk samen met de mores dat van de samenleving zoveel als mogelijk moet worden geprofiteerd en wederkerigheid niet is vereist. Belasting betalen wordt stelselmatig gemeden en ontdoken.

Nu mag je je in de politiek best baseren op een geloof of illusie, maar dan moet je wel duidelijk uitdragen welke aannames je voor waar houdt. Juist dát buiten beeld houden, is absoluut verwijtbaar. Het ontneemt iedereen de kans zo’n uitgangspunt te toetsen op waarheid of effectiviteit. Erger nog, het brengt de tegenspreker in de positie zelf te moeten aantonen dat een veronderstelling onwaar is. Helaas is dergelijk bewijs vooral in de toekomst te vinden, als het kalf verdronken is.

Een schaamteloos en expliciet beleden praktijk tekent zich inmiddels duidelijk af bij zeer vermogenden. Om het verzamelen (verdienen kun je het niet noemen) van geld gaat het allang niet meer, dat klotst bij deze bevoorrechten tegen de plinten op. Alle gewenste luxe is ook al tijden in eigendom en aanzien went ook snel.

Wat overblijft is een hardvochtig streven naar zeggenschap op terreinen die niet te koop zijn. Macht dus. De eersten zitten al op het pluche. Anderen netwerken zich verder op hun plek. Politici zijn tandeloze uitvoerders, stemmers klapvee dat hier immers zelf voor gekozen zou hebben. Wie daar niet aan meedoet, is bij voorbaat verdacht.

Om verder te lezen, klik hier.