Het nieuwe normaal is geen normaal

Het warme weer maakt dat ik besluit de stoute schoenen aan te trekken en het steeds dikker wordende haar op mijn hoofd onder handen te nemen. Ooit verklapte mijn onvolprezen Italiaanse kapper mij hoe ik zijn coupe met succes zelf een beetje bij kan houden. Ongewoon? Ja, vast en zeker. Maar ik moet er de stad voor uit en hij begrijpt zelf ook wel dat ik dat zo min mogelijk doe. Zo blijf ik trouw en ondanks het stevige tarief ben ik op jaarbasis uiterst voordelig uit.

Met een paar tussendagen lukt het de hoofdboel weer op een prettige nonchalante manier op orde te brengen.

Het zal veel meer vergen dan een aantal weken lock-down om de zeetanker van ons dagelijks bestaan van koers te veranderen. De wijzigingskoers wordt nu vooral geduid met begrippen als ‘minder’, ‘áfstand’, niet meer, niet langer. En dan misschien toch wel, maar…

In de eerste les over communicatie bij marketing en voorlichting wordt het de nijvere studenten dringend op het hart gedrukt: alles met een ontkennende en afwijzende tekst dient te worden vermeden, dan wel naar een voordeel omgebogen. Aan deze slimme lessen hebben we heel wat campagneteksten te danken. Goed voorbeeld: ‘Leuker kunnen we het niet maken, makkelijker wél’. Want wie kiest er nu graag voor allerlei nadelen?

Alle vurige pleidooien voor een  wending in het persoonlijk en maatschappelijk gedrag ten spijt, de wereld zal zich gedragen als iemand die in de bus een veel te dikke persoon naast zich moest dulden. Als de dikkerd op de bestemming is aangekomen en zich uit de krappe zitting heeft gewrongen, dan wordt er even behaaglijk gezucht, het eigen achterwerk weer naar het midden van de zitting geschoven. Het benauwde moment is zo goed als vergeten, gereed om als herinnering op te duiken, goed voor een verhaal op een verjaardag.

Ik zie mijn geluksgevoel dan ook niet echt weerspiegeld in de stemming van anderen. Het nieuws raakt steeds meer bevangen door de gevoelens van woede en ongemak die door de wereld waren. Of de mensen nu weer aan de beurt zijn, na al die grootheden van gevaren, geboden en verboden.

Het opent mijn ogen naar een werkelijkheid die ik misschien wel vermoedde, maar nooit zo uitdrukkelijk in beeld had. De wereld is gewend geraakt aan nabijheid, aan hectiek, feesten en uitbundigheid. En voelt zich goed bij een economie die dat mogelijk maakt. Misgun dat elkaar maar eens.

Zelfs het woest schudden aan de hekken van de aandacht voor ons diepgewortelde racisme, is een diepe vraag naar eenzelfde plekje onder die hemel van geluk. Allemaal, iedereen, die kansen! En meer dan kansen: het hebben van een onvervreemdbaar recht. En wel nu, onmiddellijk én meteen!

Het leven zonder enige hindernis in de toegang tot genot, blijkt voor veel mensen een eerste, levensbehoefte die is afgenomen.

Protesten gloeien aan, emoties gaan rond op topsterkte. Deze wereldwijde reactie op beperkingen van deze tijd, is het best te omschrijven als een kolossaal autoriteitsconflict. De overheid en mensen die hebben doorgeleerd voor het onderkennen van gevaren en tegenvallers, zijn de kop van jut. Want uit alles spreekt de behoefte het probleem vooral neer te leggen bij mensen die er last van hebben, met de boodschap dat die maar op zichzelf moeten passen.

Het is meer dan een gevoel van forever young, het is een gewetenloos, agressief doorduwen van een eigen werkelijkheid ten koste van alles en iedereen. Een eigen mening wordt aangenomen als het hebben van een universeel laatste woord.

Terwijl ik meters maak op de naaimachine, komen er steeds langere en diepere gedachtestromen op gang. Van het beschrijven van het persoonlijk leven vanaf het begin van deze crisis, het krabben aan de waarheid van de bedreigingen tot ik begrijp dat niemand zomaar ontsnapt aan deze nieuwe werkelijkheid, het zoeken naar een manier om zelf zo veilig mogelijk te kunnen zijn, raak ik nu in de ban van het denken over de verdere toekomst.

Om verder te lezen, klik hier.