Hoe dan?

Vorig jaar begon ik dit blog met een gedachtenoefening over het ouder worden. Zou het aan de tijd van het jaar liggen dat ik hier de laatste weken opnieuw over nadenk? Niet december, maar januari is het moment voor mijn terugblik geworden. En ook, nu het gemeentearchief op het punt staat wat fragmenten uit het begin van de viruscrisis van mijn blog te publiceren, lees ik die blogs met verse blik nog eens door. Ik zie mijn angst voor een voortijdig akelig levenseinde beschreven en herinner mij hoe veel heviger het voelde dan de tekst weergeeft. Het was een doorlopende rilling die van uur tot uur door het lijf heen joeg. Ik heb er weken last van gehad.

Ik denk weer na over hoe je moet omgaan met het verval dat ouderen steeds meer gaat plagen. Kleine en grote brokken van niet meer kunnen, leiden tot gedwongen aanpassingen. En het is menens: het wordt niet meer beter op den duur. Bij mijn weten is het dit afgelopen jaar eigenlijk juist beter gegaan met mij. Maar toch, het is zoals een oude vriend mij aanhoudend vertelde, broodnodig om jezelf daarop voor te bereiden. Hij betoogde daarbij dat niemand je daar goed over inlicht, zodat je stap voor stap aanpassingen moet verzinnen. Dat het zo fout is dat iedereen die jonger is het vanzelfsprekend vindt dat het de ouderen om hen heen zo overkomt. Die kan niet meer zo goed lopen, eten valt niet goed meer, die hoort toch echt niet meer best, zo hoorde je om je heen denken. En dat je dan toch werd uitgenodigd voor dingen die je helemaal niet meer fijn vond of baas kon.

Naar hem luisterend, moest ik toegeven dat ook ik me daar schuldig aan maakte. Dat ook ik dacht: het is normaal voor iedereen, maar voor mij nu nog even niet. Die manier van denken was ik zat geraakt. Ik wilde het vooruit kijken tot mijn gedachtenmenu rekenen. In praktische zin gaat dat ook goed. Ons huis hebben we aardig geschikt gemaakt voor minder vaardige bewoning. Bijvoorbeeld kochten we een kooktoestel op elektra, waarbij je einde kooktijd gewoon kunt instellen. Het gas afzetten behoort tot het verleden. Open vuur ook. Onze verwarming loopt nu voor de tweede winter op een automatische thermostaat. Hoef je ook niet meer aan te denken. Onze woonkamer heeft ruimte om te dansen én om een bed te plaatsen. Bij dat laatste is het erg handig dat de badkamer zich op de begane grond bevindt. En ga zo maar door! De periode van immobiliteit van Ef bood veel informatie.

Over andere levensterreinen heb ik minder idee. Want hoe kan ik verder moet als het met de handen minder lukt. Als ik het niet meer zo zie, of ik te weinig ga horen. Oplossingen? Ik heb bijvoorbeeld gemerkt dat veel mensen hoortoestellen als een beletsel ervaren. Ze horen teveel, of juist het verkeerde. Mijn oude vriend ging ertoe over alleen nog in monologen te communiceren. Meestal schatte hij toch wel juist in wat de ander ging zeggen. En hijzelf had stof tot praten genoeg. Maar aan mijn gedachten of ideeën kwam hij niet meer zo toe. Zouden er tegen die tijd voor mij genoeg anderen zijn om hier samen schaterend over te kunnen lachen? Of raak je die dan voorgoed kwijt?

Het is erg onvoorspelbaar hoe het gaat verlopen. Het is ook vast niet het omgekeerde van de hit van Nina Simone (Ain’t Got No/i Got Life). Het leven hiervoor te grillig. Maar één ding weet ik echt niet: hoe neem ik nou afscheid van mezelf?

Om verder te lezen, klik hier.