Horizon

Ik fietste langs een doodstille singel uitbundig omzoomd met vers losgebarsten groen. Het was lente in een heel ander jaar. Het viel me op dat het licht anders was die avond. Tussen wat huizen door zag ik hem plotseling, een tomaatrode opzwellende maan.

Ik keek in het rond, maar er was niemand die het ook zag. Ik was alleen en vroeg me af of de maan met een razende vaart onderweg was naar de aarde. Het was zo stil buiten dat ik bedacht dat misschien iedereen iets wist dat aan mij voorbij gegaan was. Ik stapte af. Wat moest ik nu doen? Ik kon niets of niemand redden van zo’n klap. Ook niet mijn kind dat thuis aan het slapen was. Ik bleef gevangen staren naar de steeds roder wordende lucht.

Ik schudde mij los uit het beeld, bedacht me dat zo’n naderende ramp toch allang groot nieuws zou zijn geweest en besloot door te rijden naar mijn bestemming. Ik besloot ook om onderweg nog intens te genieten van de prachtige avondgloed. Als niemand de moeite nam dit te bekijken, dan had ik die voor mij alleen. Toen ik die avond terugfietste naar huis, stond een volle maan als herboren weer kwiek zijn witte licht uit te strooien over de stad en bedacht hoe mooi zij was, deze geheelde nacht.

Het nemen van verlies is een opgave, zeker als je ouder bent. Langzaam dringt het tot je door dat het menens is. Dat je van steeds meer dingen in je leven en jezelf afstand zult moeten doen.

Hoe doen ze dat toch, de mensen die deze ervaring doorleven? Ik leefde lange tijd langszij in de zorgeloosheid dat mijn beurt echt nog lang niet gekomen was. Hoewel dat iets is dat je zeker niet weet, ik stond het mezelf toe zo te denken.

In een portret over Marceline Loridan, weduwe en levenskameraad Joris Ivens, deed zij de uitspraak dat zij na zijn dood acht jaar lang te moe was geweest om verder te willen tot ze het besluit nam dat verder leven met alle energie die je kon opbrengen, het enige was dat zin had. Dat zolang de levensdrang zich deed gelden, hier volop op in te gaan. Ze deed dat ook werkelijk met grote aanwezigheid en zichtbaar genoegen, aan levensdrift geen gebrek.

Hoewel nog niet helemaal bekomen en duidelijk nog in de rouw, voelde ik dat ik mijn levensdrift niet opzij hoef te ruimen. Het hart, de ziel, heeft een volkomen eigen leeftijd. Vreemd genoeg lijk ik toestemming te hebben gekregen om het leven weer vol in mijn gemoed te laten rondblazen. En het zo lukt intussen steeds weer wat beter om mijn momenten te pakken. Ik ben niet meer bang dat de dagelijksheid mijn verdriet vol wil onderstoffen met gewoonheid. Iedere nieuwe dag is steeds meer een geschenk dat ik in ontvangst neem zonder dat ik dit gemis loop te trotseren.

Lichtpuntjes heb ik niet langer nodig wanneer ik denk aan de manier waarop we naar het einde van de crisis worden opgestuwd. Tot mijn intense verbazing bleek het nu zomaar mogelijk om een plek te reserveren bij een GGD-priklocatie in de regio. Niks meer hoopvol staren naar de oogst van de brievenbus. Die brief van het RIVM is niet meer nodig om te kunnen boeken. Er is dus eindelijk een cluster mensen dat het stuur heeft gepakt en gas geeft! Zo worden we nu eerder dan verwacht én zowaar tegelijkertijd ingeënt, als thuiswonend stel. Maar naast deze lichtpuntjes is er ook plek voor veel woede over de overheidsaanpak.

Tot mijn afgrijzen hoor ik onze beste student van het communicatiehoofdstukje ‘successen vieren’, bij De Vooravond triomferend uitkreten dat de besmettingspiek rechts wordt ingehaald door vaccinaties én door het aantal mensen dat inmiddels een besmetting heeft doorgemaakt. Het gokken met ons welbevinden maakt dus werkelijk deel uit van de strategie.

Ook ik kijk met open mond toe hoe mensen elkaar bijna verdrukken om met Koningsdag hun oude normaal te vieren. Ook de grote toename van drukte in winkelgebieden dit weekend, zal nog terug te zien zijn in de cijfers. Maar vooral in de overbelaste ziekenhuizen en de vele jongere mensen die wel degelijk ziek worden van een besmetting en nog een eindeloos lange tijd mogen werken aan hun herstel. Mijn enige conclusie kan zijn dat de regering schaamteloos rekent op die groepsimmuniteit. Gelukkig is verdere versoepeling nu weer in de wachtstand gezet.

De slagkracht van de groeiende groep corona-onverschilligen wordt groter naar mate zij hun zin kunnen doordrijven. Als het kabinet net zo behoedzaam was geweest met de herstart van het openbare leven als bij het inzetten van Astra Zenica, hadden we dergelijke voorspelbare taferelen niet gehad. Niet in staat deze situaties in de hand te houden, beroept de regering zich op deze machteloosheid om het versoepelen zo snel mogelijk door te zetten. Er lijkt vooral ingezet te worden op de succestrein die weer moet gaan rijden voor dezelfde mensen die hun burgers zonder werkelijke schaamte op een vreselijke manier in de kreukels reden en steeds beter hebben geleerd hoe je je daar weer uitkletst. Zij worden hierin nu stevig gesteund door het normaal van de compassieloze burger die zichzelf voorop stelt. Dat is ook wat de verkiezingsuitslag in maart liet zien.

Om verder te lezen, klik hier