Klutskop

Nadat ik mij vorige week uit mijn somberheid losrukte, voel ik wat vaker kleur in mijn leven. Mijn lieve troost biedende Ef verklaart hoe hij het leven van dag tot dag als een cadeau in ontvangst neemt en zich verder niet zo druk maakt. Mooi voorbeeld, maar werkt toch maar kort bij de aanvallen van hypochondrie. Het is een onmogelijke kwaal, want laat zich slecht geruststellen. Ik besluit om met een ander humeur het euvel nog eens onder de loep te nemen.

Voor hypochonders geldt dat je permanent in tegenspraak met jezelf bent. Objectief zijn is onmogelijk. Hoe je de gevoelde bedreiging ook probeert weg te redeneren, altijd is het zo dat je net zo goed gelijk kunt hebben met je angst.

Hoe ik eraan kom? Geen idee. Het spook onder mijn bed ligt ongevraagd te zwellen in eigenbelang  om mij vervolgens weerloos uit mijn slaap te rukken, zonder dat ik het in bedwang kan houden. Misschien dat mijn geboorte in een wurggreep van de navelstreng dit angsteffect heeft aangejaagd. Tenslotte ben ik uit mijn verstikking tot leven geslagen.

Negeren, dat is wat ik altijd deed, zoveel mogelijk. Maar het werkt nu minder goed. Vrolijkheid en wat troost werken wel als een probaat tegengif.

Ik wilde mijzelf wat meer pret gunnen en keek naar wat mooie opgenomen uitzendingen. Over bijzondere parktuinen in de wereld en slim verbouwde huizen. Zo viel ik tijdens het bedienen van de tv onbedoeld in de herdenking van de bevrijding van Westerbork. Ik ben er eens naartoe gewandeld tijdens een vakantie in Drenthe. We kampeerden vlakbij. Ik zag de telescoop kijken naar de verloren zielen in de hemel en schreef mijn wens voor de wereld op een papiertje dat ik oprolde en tussen de stenen stak van de wand van het monument met de opgekrulde treinrails. Klaagmuren zijn zinnige instituten die het leed van de wereld een hart toedenken. Van mij mogen ze overal worden gebouwd, ook zonder enig religieus oogmerk. Mij deed het ‘posten’ van dat briefje toen echt goed.

Ik luisterde naar de toespraken van overlevenden en kreeg onverwacht troost aangereikt in de woorden van een vrouw die vertelde over haar ouders en het leven na de bevrijding. Zij wisten het leven te vieren, met veel gezelligheid, onderlinge humor en malle strapatsen. Levensdrift die ik wel bij meer mensen heb gezien die een en ander, soms miraculeus, hadden overleefd. In deze eenvoud moet ik het maar eens even zoeken. Het is zonde van de tijd en alles wat er goed gaat om steeds opnieuw gekneveld te raken in dilemma’s die zich nooit zullen oplossen.

Ik let goed op, maak een grap, zoek naar dingen die mij goed doen en zorg ervoor dat ik een beetje gezellig blijf. En verdomd, het helpt.

Vanmorgen ontwaakte ik uit een soort magische droom met de gedachte dat mijn vraag er eigenlijk over gaat of je je lijf bent of dat je in je lijf huist. Analoog aan de uitdrukking dat iemand zijn leven verliest. Je kan alleen iets verliezen als je nog iemand bent. Meteen gevolgd door een erg grappige analyse van hoe je alle hele getallen kunt blijven delen totdat je op een oneven getal uitkomt. Het brein stormde onvermoeibaar door naar betekenissen. Oneven getallen drukken macht uit, even getallen kracht. Als van één hoofd, vijf vingers en twee benen en vier tafelpoten. Dat gaf me zoveel vrolijkheid dat ik er zelf al wakker wordend nog achteraan knoopte dat alle kleuren, klanken en geuren er al zijn. Dat het woorden zijn die ze tot leven wekken. Woorden als toegangspoorten tot de beleving.

Om verder te lezen, klik hier.