Leeglopende dagen en nachten van prikkeldraad

Met ververste moed zette ik de speaker aan voor een kalmerend en genezend rondje muziekluisteren via Spotify. Zoveel moois gevonden en iedere week nieuwe dingen die ik anders echt helemaal nooit gehoord zou hebben. Het scherm ging op zwart. ‘Zorg voor een internetverbinding’, was het commentaar. Ik hád een internetverbinding. Opnieuw starten en opnieuw proberen. Niks. Ik ben werkelijk nooit zo vaak voorgelogen als vanuit computerprogramma’s. De band gevuld met voornemens was ineens lek. De dag bijna op. Een beetje lekker en gezond koken was alles dat ik vol wist te houden, maar dat voelde niet belonend. De band bleef leeg.

Ef had zich uitstekend hernomen na onze bijna-aanvaring. Zoals hij dat gelukkig bijna altijd weet te doen. Dit keer is hij degene die overeind blijft. Hij leek zelfs enthousiast te worden over zijn eigen kakelverse voornemen om de schuur op te ruimen. En dat na die zo’n twintig jaar stelselmatig te hebben gebruikt als wegstouwplek, waar het meeste hopeloos zoek bleek wanneer nodig. Ik bekeek het met duffe verbazing en ontluikende bewondering.   

Een tv-programma waar wij toevallig in terecht kwamen, toonde een plek waarvan ik dacht: als ik nog eens ga emigreren, wil ik daar wel heen. Uit pure tegenzin in nog meer tv-kijken besloot ik uit te zoeken wat ik daar zou kunnen verwachten. Voor de verandering viel het allemaal enorm mee. Een stabiel klimaat, geen actief aardbevingsgebied, wel een lange reis, zowaar verbonden met internet en met normale voorzieningen, zij het bescheiden. Het land daar ligt ook hoog genoeg om er het stijgen van de zeespiegel te kunnen afwachten. Wel een plek waar je niet zomaar van terugreist, want echt ver weg.

Dat was een toevoeging aan mijn innerlijk landschap in deze opgesloten tijden. Sinds ik een poosje in Griekenland woonde, wacht de vraag waar ik ooit nog eens echt wil landen, altijd ergens in mijn achterhoofd. Nu had ik gelukkig weer wat nieuws voor de dagdromerij. Voor als ik dat weer kon.

Van vrienden niet zo ver bij ons vandaan, hoorden we dat hun zoon heeft besloten zijn baantje achter de kassa van AH toch aan te houden, ondanks de risico’s. Hij vond dat hij niet zomaar moest weglopen, juist nu het zo hard nodig was dat mensen dit werk zouden blijven doen. Prachtig en consequent geredeneerd, en dapper al helemaal.

Ik denk vaak aan mensen die voor een uitgemolken loon, er toch iedere dag voor willen zorgen dat we ons snel door de winkel kunnen bewegen. Bewonderenswaardig, ook al is het werk niet al te ingewikkeld. Je moet het iedere dag maar weer voor je zien!

Zijn ouders besloten hem hierin te steunen en gedrieën hebben ze een heel precies plan gemaakt om de risico’s voor hem te beperken. Ik ken ze goed en dat kunnen ze perfect. En intussen was ik zo blij dat ik niet over zoiets hoefde te beslissen. Hulde dus, voor alle drie. Ik huiver licht en zet het zo goed mogelijk van me af.

De tijd had zich verzoend met de stilte en glipte ons als los zand door de vingers. Het moment dat we de vuilnis moesten buitenzetten ging aan ons voorbij. ’s Nachts bonsde het bloed in mijn hoofd, mijn dromen raakten gevuld met mislukte sudoku’s, treiterige herhalingen van deuntjes in programma’s en op de achtergrond het omfloerste staccato van stelselmatig informerende betogen.

Hoe ik ook mijn best deed, ik wist werkelijk niet hoe ik mij uit die dove, verloren stemming aan de  spreekwoordelijke haren omhoog kon trekken.

Ik kookte nog maar eens gezond en lekker, probeerde zo gezellig mogelijk te blijven en hoopte tijdens mijn onrustige nachten dat het gewoon voorbij zou gaan. Maar niks. Het bleef koud, buiten en diep van binnen.

Om verder te lezen, klik hier.