Maandag

Schilderij Hanny Bouwman, 1940 (gedeelte)

De hitte is van buiten naar binnen geslopen en zet alles in een sluimerstand. De dichtgetrokken gordijnen hullen het hele huis in een diepe schaduw. Ze gaan pas weer vaneen als de schemering de nacht aankondigt en de open ramen mogen bedelen om wat koelte en verfrissing. Het bed blijkt te klein voor twee, de bank biedt soelaas. Plannen maken is iets voor later, een keer. Zo ver reiken de gedachten niet langer.

Het gevoel laat zich ronddobberen in de tijd. Ook die heeft geen haast. Het losse zand dat tussen de vingers doorliep en de tijd deed wegstromen in alweer maandag, heeft zich verdicht tot een trage modderstroom. In de doorlopende ruis van ventilatoren houden zich de wensen naar wakkere momenten schuil. Op grote afstand trekken de karavanen vol stranddrift en aandachtshonger voorbij. We grommen zacht en laten ze gaan. In de nacht praten we buiten over dit en dat. We laten niets knellen, een omhelzing wordt een korte zachte aai.

Uren vertragen nu. Dagen groeien in gewicht. Het huis warmt gestaag dieper door.

In de hitte mijn nieuwe bril afgehaald. Los bekeken is het een beetje model patser van veertig jaar geleden. Maar dat gezicht van mij wordt er zowaar vrolijk mee aangekleed. Ik wist wel dat ik een hoofd vol tegenstrijdigheden heb. Toch goed gekozen!

Het hete waaien is veranderd in bijna geen bries. De lucht vol van vocht. Met het naderen van onweer zwellen mijn enkels als communicerende vaten. Het lijf voelt nodeloos vol. Ideeën, gedachten, beloftes, ze vallen tot kleine brokjes uiteen net als de getallen van mijn puzzeltje. Ik probeerde het nog een keer, maar het laatste werkbare ochtenduurtje is uit mijn werkkamer weggestoomd. Ik maak vaste rondes door het huis, gordijnen beetje open of juist dicht, kiertjes voor de lucht aan de schaduwkant. Dan weer beetje zus en dan weer beetje zo. Netflix blijkt nu toch echt een toevlucht. The chef’s table vol van keukenkunsten en voedselliefde. Het moedigt me aan om lekker te willen koken, al heb ik het nog zo warm. Want juist nu is heel lekker heel nodig.

De enkels kondigden het onweersstormen feilloos aan. We hoorden over gordijnen die een druipend einde vonden in de dakgoot en kregen het verzoek uit te kijken naar een dakraam dat was verdwenen op de wind.

Al zoekend in de tv-programmering kwam ik onverwacht (ik let er niet op) terecht bij het wielercriterium in het oosten van Frankrijk. Tot mijn verbijstering herkende ik onmiddellijk feilloos het getoonde parcours. Geen idee hoe ik daar aan kom, want ik was daar eind jaren ’70 voor het laatst. Ik zag toen voor het eerst van mijn leven een berglandschap. Sprakeloos keek ik naar al die hoogtes, dieptes en vergezichten. Voor het eerst begreep ik hoe het kon dat mensen in een god wilden geloven.

Nu zit ik onbeweeglijk in de plakkerige hitte te kijken naar deze fijne afleiding, probeer namen op de wegwijzers te spotten en weet mij even daar. Echt genieten is het wanneer er beelden vanuit de helikopter getoond worden. Geïnspireerd ging ik ook nog even wat weggetjes langs met Streetview. Zo’n zegening die echt telt!

Zegeningen tellen. We hebben in de luwte van de crisis nog een paar glorieuze terrasontmoetingen beleefd met vrienden. Nu af en toe via de telefoon rustig bijpraten met wie we nog niet konden zien. Dat ontspant. De onzen zijn toe nu toe vrij gebleven van besmetting.

De hitteverdoving maakt het gelukkig weer makkelijker om terug te stappen in onze quarantainestand. Mensen die ons graag bezoeken hebben alle begrip. Ze blijven even weg als ze wat minder veilige dingen hebben ondernomen. Lief, dank en graag tot later!

Om verder te lezen klik hier.