Meer nieuw normaal

Grappig genoeg kreeg ik er bij het opstaan zomaar een dag bij. Omdat ik gisteren een zaterdag-gevoel had terwijl het vrijdag was, kreeg ik vandaag een etmaal cadeau. De dag die ik kwijtraakte doet er niet meer toe. Normaal verschijnsel in deze pandemiedagen. Ik besloot de tijdwinst in schrijverij aan dit blog om te zetten, zag nog een roodborstje rondhippen in de tuin en begon aan het lezen van de krant.

Er zijn ‘normaals’ die dat helemaal niet zouden mogen zijn. Het ruim beleden ‘samen’ is tijdens de Kamerverkiezingen weer schielijk hersteld naar een meerderheid voor ‘eerst ik’. Veel partijen zoeken hun bestaansrecht in thema’s die voor bepaalde groepen gelden. Het lijkt er meer op of er een conglomeraat aan patiëntenverenigingen luidruchtig een weg naar meer aandacht zoekt. Dat de kerntaak van de Kamer de controle op het voorgenomen en gevoerde beleid van de regering is, lijkt steeds minder door te dringen tot de mensen die erin gaan zitten. Debatten dreigen te verworden tot doorlopende talkshows gevoed door de waan van de dag. De deelnemers profileren zich graag zo om zich van een plek in de talkshows in de media te verzekeren. Het voorspelbare gekakel en gekrakeel verveelt me nu al diep. Het is nu aan een nieuwe regering om een voortrekkersrol te spelen, de thema’s te bepalen en daar verstandige gesprekken over te voeren met de Kamer, zonder dat geurspoor van electorale voordelen en ontembare persoonlijke aandachtshonger het debat gaan bepalen. Weinig benijdenswaardig, want een reuze kans om eigenwijs het rondroepen te negeren en in de volgende blunderput te stappen!

Thematische vraagstukken zouden in de naaste toekomst beter in referenda belanden. Daar hoor ik nu niemand meer over. Misschien dat de lichte volkspaniek en weerspannigheid wat tot bedaren komt als je bijvoorbeeld iets te kiezen krijgt over de mate waarin een regering moet werken aan het voorkomen ofwel het beheersbaar houden van komende pandemiegevaren. Of over wat een wenselijk maatschappelijk en sociaal beleid is. Deze vragen lijken in zetelverkiezingen toch minder duidelijk te worden beantwoord dan met onze democratie bedoeld was. En dan nog het milieu en klimaat.

Het getetter alom doet me diep verlangen naar een vluchtheuvel. Ons gekoesterde thuiszijn is zeker wel een prettig antwoord, maar ik merk dat de onrust bij mij stijgt. Wat ook niet helpt is dat mijn jaarlijks hypochondrisch hoogtepunt weer aan bod is, met grote doodsangst tot gevolg. Ieder voorjaar heb ik zo’n periode. Hoewel ik op het moment beter slaap dan heel lang het geval was, verdrijven rond een uur of vijf ’s ochtends niet te smoren angsten mijn slaap radicaal. Zelf vind ik dit erg tegenstrijdig: ik heb er tenslotte geen rotsvast vertrouwen in dat de toekomst nu zo lekker zal zijn. En ook vind ik dat je ergens in je redeneren in staat moet zijn om je eindigheid te accepteren. Maar de levensdriften vreten als een rupsje-nooit-genoeg gestaag aan mijn bestaansvertrouwen en daarmee aan mijn energie en welbevinden. Ik merk dat een beetje in het rond genieten onbevredigend is, hoewel ik daar als kind van mijn tijd toch wel uiterst bedreven in ben.

Ik neem mijn kopcrisis eens nader onder de loep. Wat zit me nou zo dwars als ik te weten kom dat mijn laatste dag aanwijsbaar ergens op de rol is gezet? Ik vind het erg om mijn omgeving in de steek te laten, zoveel is zeker. En dat anderen nog tot zoveel opruimen gedwongen worden. Dat ze me dat zullen gaan verwijten. Ik voel me tergend schuldig, als over alles dat ik verkeerd deed in mijn leven.

Ik ga te biecht bij Ef. Hij luistert liefdevol en aandachtig naar mijn wanhoopsverhaal en zegt me dat hij dat in de eerste plaats heel rot zou vinden voor mij. We praten nog maar eens verder over wat het missen van de ander met een ieder van ons gaat doen. Hij vertelt mij dat hij zeker niet in volkomen ontreddering bij alle pakken neer gaat zitten en zich wil laten helpen en steunen wanneer dat nodig is. Dat zijn antwoorden die me rustiger maken. Een leefbaar verdriet is zeker een antwoord. Zo kan ik verder met een leefbare onrust over het stervensproces. Het is natuurlijk het grote onbekende dat je gaat overkomen, net als je geboorte dat was. Of de eerste keer seks, of het krijgen van een kind. Ooit moet je durven meegeven.

Terug naar het waarderen en genieten van de kleine dagelijkse momenten. Dat zijn de parels aan de ketting van het welbevinden. Genieten van onze vertrouwde gezelligheid, van het doen van dingen. Om mijn werkjes aan de naaimachine prettig vol te houden, laat ik mij boeken voorlezen. Met Spotify speel ik zachtjes muziek op de achtergrond. Sfeertje, meneertje! Wat een rijkdom, deze bubbel! Zo hots ik door de tijd zonder er helemaal knetter van te worden.

We hadden ook weer uiterst plezierige app-contacten, langere gesprekken die we als bezoeken ervaren en waarderen. En ik zag een boeiende documentaire van de BBC over wat er in een rioleringszuivering allemaal gebeurt. Hoe ze allerlei ingrediënten van de afvalsoep weten om te werken tot nuttige producten als energie. Bij de inkijk in de scheidingsinstallaties hoorde ik iemand uitleggen dat drijvende drollen wijzen op een (te) hoge vetconsumptie. Weer wat te weten gekomen. Ef vond in zijn opruimwoede op zolder in een doos van mij een pakje condooms met de uiterste gebruiksdatum van 24 september 1992.

Om verder te lezen, klik hier.