Neushinderingen, geduld en wrevel

Niets te vroeg gaf het alwetend RIVM medewerking aan de hooikoortskalender door een diaserie beschikbaar te stellen over de overeenkomsten tussen de symptomen van hooikoorts en die van een besmetting met corona. Na een hele maand droge luchten vol met berkenpollen, hebben de grassen en kruiden het stokje overgenomen in het bezwangeren van de buitenlucht met zgn. pollendekens. En na een hele maand van dagelijkse twijfel over ‘wat is wat’ en ‘wat heb ik nou’, is er dan eindelijk een duidelijker indicatie voor wat het meest waarschijnlijk is. Gelukkig, want wij stromen over van de lichaamssappen. Allebei, dit keer. Met loopneuzen: typisch voor hooikoorts of een klassieke verkoudheid, zo leerde de informatie ons.

Steeds meer mensen zien gelukkig in dat het versoepelen van de maatregelen geen beloning is voor goed gedrag. Mijn grote angst dat deze versoepeling rechtstreeks leidt naar richting besmettingsgolf nummer twee, hoor ik steeds vaker klinken in mediacommentaren. Eén app was heel ondubbelzinnig: ‘de versoepeling betekent vooral dat er nu weer plek voor je is op de intensive care’. De zoon van Ef besloot zijn eigen dakterras toch als sociaal terrein in stand te houden. Er is daar ruimte voor een flinke schoolklas en dus ook om afstand te houden tussen bezoekers. Ze blijven braaf en weerstaan de lokroep van het uitgaan! Zij wel. Iemand anders vertelde mij juist al voor proef op een echt een terrasstoeltje te hebben gezeten, om het vooruitzicht van heropening te vieren. Ik boen alle binnenkomende pakketjes en boodschappen vlijtig met het chloorsopje. Het is saai, maar zo moet het vast nog wel lang.

Een onthutsend artikel in Het Parool deed verslag van hoe de Nederlandse regering vlijtig heeft meegewerkt aan de verkoop van een patent op een vaccin tegen corona-achtige besmettingen dat vrijwel gereed was in een laboratorium in Delft. Het Nederlandse depot voor vaccins bij grote uitbraken en pandemieën, werd op last van de overheid niet verrijkt met deze aankoop. Het patent moest en zou op die befaamde wereldwijde markt landen, én (pikant) zelfs tegen een prijs die dik onder de marktwaarde was. De kans is dus groot dat we er zo meteen op handen en knieën om mogen bedelen. Het is opmerkelijk hoe zulk handelen zelfs door tegenstanders als logisch ervaren wordt. En als onontkoombaar.

Hoe geld telt, onthutst mij keer op keer. Mijn bank, die nog niet zo lang geleden met algemene middelen op de kant getrokken werd, vindt het midden in deze crisis nu ook echt tijd (huh) om de rentes te verhogen naar meer dan tien procent. Voor wat er geleend wordt, dan. Op de spaarrekening hoeft niemand op echte rentestijgingen te rekenen. Ook bij de andere banken niet.

Wij ‘gewone mensen’ mogen nog van alles rondroepen via de digitale kanalen. Als ik die bezoek, merk ik dat veel alleenstaande mannen zich nu werkelijk te pletter vervelen én wanhopen. Ik heb in geen tijden zoveel vriendschapsverzoeken gekregen als in de laatste weken. Mijn foto is kennelijk genoeg, wereldwijd. Wie had dat nou kunnen bedenken? Te oordelen naar hun account-portretten meestal van kerels die voor militaire doelen ergens gestationeerd zijn en geen kant uit kunnen. Of mannen die met mooie carrièretitels veel te eenzaam en gescheiden hun eigen staart achterna staren. Jongens, maak die beeldschermen vooral af en toe schoon: het virus werd ook al teruggevonden in sperma… Ach, een goede obsessie is nooit weg.

Het woord Apocalyps wriemelt zich in teksten en duidingen. Het is lastig voor ons mensen om buiten schuld en beloning te denken. En heel benauwend om te willen weten dat we deel uitmaken van een onverschillig systeem, dat overschotten en hindernissen zonder blijk van enig medeleven of sympathie, totaal onverwacht van zich af kan schudden. Een soort marktwerking van het heelal, zonder bewegwijzering of tijdlijn.

Maar als je gelooft in goddelijke wraak, dan is een gebed als het Onze Vader toch echt nog eens het beschouwen waard. De eerste regels laat ik buiten beschouwing en kom bij de vragen in dit gebed als ‘Geef ons heden ons dagelijks brood’. Wat zou ik denken, als ik antwoord moest geven? Ja, ik zal daar gek zijn… Mensen weten prima hoe ze dat brood moeten maken. Tandje erbij en aan het werk, zou ik zeggen.

En dan in één adem door, de vraag om de schulden te vergeven. Die vraag is veel te simpel. Schulden die mensen kennen, die ze willens en wetens aangaan? Of gaat het om fouten die ze ongewild maakten? Verduidelijking is hier wel op z’n plek, want zo maar in één gebaar de rommel wegpoetsen? Nee, dat is alleen een snelweg naar de volgende berg vergevingsverzoeken. (Waar doet dat nu weer aan denken?)

Dan die over de verzoeking (lees: dwaling of verleiding). Als plaatsvervangend ontvanger van zo’n gebed, zou ik meteen zeggen dat ik helemaal niemand in verzoeking leidt, maar dat mensen daar zelf mee worstelen. En dat vast ook moeten, om die verzoekingen te leren weerstaan.

Bovendien is daar dan nog dat andere geloof, ook aangehangen door veel mensesn die dit gebed bidden. Het geloof in de onfeilbare markt waar ondernemers verleidingen aanbieden die mensen ertoe brengen zich zonder nadenken hals over kop in de schulden steken. En dit geloof wordt afgezegend met de diep beleden veronderstelling dat de markt zich ook verantwoordelijk voelt voor het algemeen welzijn. Daar, bij die marktbespelers, daar hoort het verzoek thuis. Ik zou niet weten waar anders.

Het hele gebed is doortrokken van een machteloze verlangen naar een zorgeloos bestaan in een heerlijk leven, gevuld met mooie dromen. De enige geboden tegenprestatie is het willen vergeven van de onderlinge schulden.

Er ontbreekt iets wezenlijks in dit gebed. Een overtuiging dat van jezelf houden niet genoeg is, maar dat je minstens wilt beloven om ook anderen ruimte en zorg te gunnen. En dat je dat zo belangrijk vindt dat een grotere tegenprestatie vanzelfsprekend is. Veel groter dan de stelling dat degene die het gebed uitspreekt, alle anderen eveneens hun schulden te vergeeft.

Wat voel ik bij dit gebed? Vooral wrevel en weerzin over een tekortschietende onderhandeling met de almachtige. Om van de bezwering Inshallah,  in de ander grote monotheïstische godsdienst gebruikelijk, maar te zwijgen. Laat de mensen het zelf vooral eens echt willen oplossen met al die mogelijkheden die ze meegekregen hebben. Dat zou ik denken als ik Onze Vader was.

Gelukkig dat er mensen zijn die de zorg voor anderen gewoon willen nemen zonder daar veel voor te vragen. Deze week bleek ook dat er toch echt nog wel mensen zijn die hun verstand wilden gebruiken om vooruit te kijken. In Utrecht dook een stille voorraad van virusmateriaal van SARS en MERS op in de labs van universitaire onderzoekers.  Hiermee kan waarschijnlijk een preventief middel tegen besmetting worden gemaakt. Samen met onderzoekers in Rotterdam, waarvan ik er één heel goed ken, hebben ze een onderzoek hiernaar hervat. En, de hemel zij dank dat bij inventarisatie van de bedrijfsvoering, nooit is opgemerkt dat daar nog wat vriezers met ‘onnuttige’ inhoud stond. Hulde voor het besluit om dit te bewaren aan wie het toekomt. En wat een prachtig voorbeeld van een minimale investering voor een misschien wel enorm resultaat. Ik zit op het puntje van mijn stoel in afwachting van het vervolg. Dat geduld heb ik wel.

Mijn idee dat het virus niet alleen veel gevaarlijker, maar ook wel eens veel besmettelijker zou kunnen blijken dan werd aangenomen, is nu iets dat in de praktijk bevestigd wordt. ‘Is nu in onderzoek genomen’, zo wordt officieel gemeld. Maar er zijn best veel cijfers in omloop die daar iets over melden. In ieder geval is duidelijk dat het virus buiten het lichaam toch nog zo’n drie dagen actief kan blijven. Dat werd nu wel officieel bevestigd.

Een opvoering van de Johannes Passion begin maart, door een orkest met een groot koor, heeft enorme gevolgen gekregen. Het grootste deel van het koor bleek kort daarna ziek geworden. Sommigen overleefden het niet. Het herstel is nog lang niet voor alle getroffenen daar. Ze worden bezocht door nare restverschijnselen en het is onduidelijk of die wel helemaal zullen verdwijnen.

Stevig praten, roepen, hijgen, schreeuwen, gapen, lachen en zingen kan je maar beter thuis doen, want het is net zo gevaarlijk als hoesten en niezen. Zo blijkt nu, net op het moment dat de versoepeling van kracht lijkt te worden.

Veel van de voorlichting die we kregen, bleek bepaald door de (realistische) angst dat de schaarse beschermingsmiddelen meteen al weggehamsterd zouden worden. Maar er kleefden ook leugentjes aan de mededeling dat het dragen van mondkapjes en handschoenen niet zoveel nut had. Soms werd dit verteld met een lacherige toevoeging dat het dragen ervan nog wel eens gevaarlijker zou kunnen zijn dan rondgaan zonder bescherming. Deze uitspraken blijken onwaar. Zo is onze werkelijkheid nu verrijkt met de verplichting van het dragen van mondkapjes in het openbaar vervoer. Dit gebod kwam uit dezelfde monden.

Met een schuin oog kijk ik in gedachte maar weer eens naar wat als doel van de aanpak werd gezien en uitgedragen: de groepsimmuniteit. Voor de beoogde groepsimmuniteit moet minstens de halve bevolking nog besmet raken. Ik snap de dilemma’s, maar ik voel me niet zeker of de kennis van nu wel voldoende weegt bij overheidsbeslissingen over versoepelingen. En dat vind ik een verschrikkelijk idee. En versoepeling een vreselijk woord. Dat ook.

Klik hier om verder te lezen.