Nog lang niet jarig

Mijn beertje in het raam

Deze week zou in het teken hebben moeten staan van het vieren van de verjaardag van Ef. Ik voelde er niet veel bij. Eigenlijk voelde ik me buiten deze dingen. In mijn bovenkamer rommelde het stevig en ik voelde me doorlopend niet blij. Ik was nog even de winkel in geweest en had me verbaasd over de kwetsbaarheid die ik voelde. Het was moeilijk om bij de kassa te komen omdat mensen steeds weer vlak achter me gingen staan en ik dan uit de rijopstelling stapte. Geen gehijg in mijn nek van stoere types, alsjeblieft! Of onnozele. Ook bij de kassa was er geen bescherming voor medewerkers. Ik vond ze niet te benijden, maar ze leken onbekommerd hun werk te doen.

Ef kreeg bij wijze van cadeau aan de deur op passende afstand een fles wijn neergezet met een wc-rol om de hals. Wel lekker gegeten, want goed zeer voedzaam én lekker eten klaarmaken houd ik wel vol. Met grote overtuiging!

’s Nachts waarde er een spook door de kamer dat zich er op toe heeft gelegd om mij wakker te krijgen en niet meer te laten slapen. Ik verhuisde naar het logeerbed. Voelde me niet goed. Begon te hoesten. Werd niet meer kalm. Het rondmalend denken was begonnen.  De momenten dat ik onder de mensen geweest ben de afgelopen twee weken. Niet echt vaak, maar toch gedaan allemaal. Besloot goed op te letten of ik nog hoor van mensen die ik ken die besmet blijken. En ik dan? Weer gehoest. Ouderwets griepje? Vlaag van eerste hooikoorts? We waren nogal eens buiten. Ik sliep veel te weinig de afgelopen nachten. Ik zag er nu steeds zo tegenop om naar bed te moeten. Voelde me zelfs wat koortsig. Thermometer gezocht en gevonden. Echt boven de 38 liep die niet op. De dag erna was er niets meer van te bekennen. Moest de vermoeidheid zijn geweest. Welkom in Hypochondria! Hoe dit weer tot rust te krijgen?

Ik kreeg mezelf niet gestart. Om het gespook te dempen hing ik op de bank, zinloze lifestyle series te bekijken. Vol zelfverwijt, dat ook. Ik had nu toch de ruimte en de tijd om aan mijn ideeën en projecten te werken? De synopsis voor mijn volgende roman is al heel lang klaar. Ik was zo af en toe zelfs alweer begonnen met schrijven, hoewel met een taai gemoed. Het gevoel van relevantie van mijn verhaal was gedaald tot nul. Waar ik het over had willen laten gaan, was nu een wereld van toen.

Dan kon ik toch altijd eens lekker verder werken aan mijn kledingplannen? Leek zo’n prachtig idee. Tot het tot me doordrong dat er eigenlijk niemand of niets was waar ik die kleding nu voor zou aantrekken. Ik zag er ook niet uit, zo in huis. Meer dan halve pyjamadagen en verder wat minder geliefde stukken. Het beste was vast om die nu te slijten en het zo voldoende warm te houden.

Ef doet allerlei karweien in en om huis. Tussen de grappige filmpjes door. Of is het andersom? Ook kon hij nog iemand nabij zijn die met heel grote spoed naar de tandarts moest. Hij was helemaal vrolijk te paard. Met de auto dan, maar zoiets. Het gaf hem een blij gevoel om nuttig te zijn.

Naast mijn zinloze gehang, had ik toch nog een soort nuttigheid bedacht. Ik ging op zoek naar initiatieven in de online uitvaarten. Vond er één die professioneel genoeg zou kunnen werken naar mijn smaak. Gedoe van amateurs moet je echt niet hebben als je om zoiets verlegen zit. En dat zal vast voor veel mensen zo zijn of blijken. Ik schreef een mailtje en tot mijn verbazing kreeg ik een reactie per telefoon. En ja, ze vonden het best fijn als iemand meedacht over het beschrijven van hun diensten, leesbaar voor gewone mensen zonder echte kennis van de techniek. We mailden wat heen en weer.

Ook schreef ik pardoes een bedankbrief aan Ilja Leonard Pfeijffer om hem te danken voor zijn verhalen over de toestanden in Italië en de luide waarschuwing die dat opleverde. Ik plaatste de brief op mijn Fb-account. Voor wie wilde weten wat ik dacht over de toestand. En dat was echt niet leuk. Ik had uit verschillende berichten opgemaakt dat het virus waarschijnlijk veel besmettelijker was dan zo werd aangegeven (geen paniek veroorzaken…) en ook tot een veel heviger ziekte leidde dan mensen op het netvlies hadden.

In de maatregelen werden heel veel puntjes op de i gezet en er was sprake van echte aanscherping. Leuk voor het kabinet: zo werd ook en passant het contante geldverkeer tot een halt gebracht. Maar dat lieten ze natuurlijk niet zo weten. Verder werden alle ondernemingen waarbij direct contact met klanten nodig is, gesloten.

Gedonder om patiënten de juiste zorg te geven in ziekenhuizen en verpleeghuizen. Het bleek dat de ziekenhuiszorg een veel langere doorlooptijd per patiënt nodig had voordat ze voldoende genezen waren.

Ik voelde een voetnoot. Gemiddeld is te verwachten dat de volksgezondheid onder de onbesmette burgers er juist met sprongen op vooruit zal gaan. Er werd zoveel minder bier gedronken en patat gegeten dat dat wel resultaat zou moeten krijgen. Online is het toch minder aantrekkelijk bestellen dan direct ter plekke. Van alle overschotten werd van nu af desinfecterende alcohol gemaakt.

Nog iets: als je het rekensommetje maakt van het aantal besmettingen in de laatste drie weken, dan duurt het nog zo’n drie jaar totdat iedereen in Nederland het een keer gehad heeft. Voor die beoogde groepsimmuniteit geef ik niet veel. Niemand heeft echt verweer, omdat het om een heel nieuw soort aandoening gaat. Vergelijk de ebola-uitbraken. Voor het ontfeesten van eet- en drinkgewoonten ruim voldoende tijd om iedereen weer op het juiste gewicht te krijgen.

Maar een vaccin en/of een goede behandelmethode is de echte oplossing om van die anderhalve meter samenleving af te komen. En nodig ook. Voor ons is het natuurlijk leuk als dat lukt, maar ik dacht aan de jong volwassenen die een toekomst zoeken, een partner willen, en geestelijk niet het onderspit willen delven uit wanhoop en binnengeslopen eenzaamheid.

Het lezen van de klassieker van Camus, iets dat heel populair bleek, maakt niemand vrolijk. Juist omdat er zoveel waarheid in wordt bloot getrokken. Wat waren we niet al die jaren verwend in ons happy happy land, met de wereld als toeristisch reisterrein ter lering ende vermaeck. Dat laatste was ook zeker onze overmoed: hybris, het je toe-eigenen van zoveel geluk dat de goden jaloers worden en zinnen op wraak. Die oude Grieken toch!

Iemand moest de zon hebben aangeknipt. In maanden niet zo’n overvloed aan licht gezien. Het onschuldig grijnzende gezicht van de natuur grimlacht ons toe terwijl er zich allerlei rampspoed voltrekt. Die o zo lieve natuur regelt graag wat ruimte op aarde. Wij genoten vasthoudend van de zon. Allerlei mensen stuurden ons mails: leuk om te horen hoe het met ze is. En troostend om even bezig te zijn met terugschrijven. Ik vond een beertje voor in het raam. Geen echt beertje, maar mijn stemming was gedeeld.

Klik hier om verder te lezen.