Op naar het kortste eind

De dans om de cijfers is begonnen. Tenminste op tv in de actualiteiten. Bovenin mijn hoofd zwierden de getoonde getallen al weken op zoek naar harde cijfers. Want ja, hoe besmettelijk, hoe ernstig, hoe dodelijk is dit virus nou eigenlijk? Omdat het zo moeilijk is een inschatting te maken van de werkelijkheid achter de plechtig voorgedragen getallen, versprong de dans in mijn hoofd naar een andere vraag. Wat maakt dat bijna alle landen ter wereld zo’n intensieve lockdown beoefenen? Behalve Zweden dan, waar de meeste burgers op gezond verstand afgingen en uit eigen beweging thuis bleven, en Brazilië dat bestuurd wordt door een president die zelf de maat van alle dingen denkt te zijn en armlastige inwoners hun graf niet misgunt. Verder hoor je dat op de meest onwaarschijnlijke plekken ter wereld collectieve insluitingsmaatregelen gelden. Van de sloppen in Afrikaanse steden tot die in India aan toe: overal is het ‘binnen’ blijven. Zelfs regimes die het niet al te nauw nemen met het welzijn van hun onderdanen, dwingen deze thuis te blijven.

In welvarende landen kan ik me voorstellen dat er duidelijke belangen zijn om de boel overeind te houden. Daar is de ziekenhuiscapaciteit vaak het harde cijfer waarop de maatregelen worden gebaseerd, zoals bij ons. Hier wil de overheid echt geen lijkendumpcontainers op de hoeken van de straten. Maar er zijn nog veel landen waar hoge sterfte en overbevolking eerder regel is dan uitzondering. Waarin zit ‘em dan precies de angst? Of gaat het om heel andere afwegingen?

Inmiddels klinkt het gemor steeds harder. Euforische gevoelens bij zonnige dagen zetten hier en daar jongeren aan om volkomen schijt te hebben aan die hele tegendruk  van maatregelen en vermaningen. Er is steeds verteld dat zij het minste risico lopen en duuussszzz. Onduldbare verlangens dwingen ze naar buiten, weg uit de opgelegde beperkingen. Je hoort ze denken: laat iedereen die het niet aandurft nu maar voor zichzelf kiezen, wij willen de ruimte terug. En het plezier én de uitdagingen. Dan maar even niet naar oma.

Jong zijn is een weinig geschikte levensfase om je zegeningen op de vierkante meter te tellen. Verveling en hormonale aandriften zetten onrijpe breinen in de overmoedige stand. Dat is zo, ik begrijp het, en ooit voelde ik me zeker even heftig benauwd als ik beperkt werd in mijn bewegingen. Mijn concrete graadmeter voor het veranderen van de stemming is de foto die ik zag van overbevolkte oevers langs de rivier die in onze stad begint en een aantal geliefde zwem- en hangplekken kent. Deze prachtige, ongekend zomerse, Hemelvaartsdag was te heftig om de verleiding te weerstaan. Het optreden van de politie bleek vooral een dankbare kans op ontlading. Het artikel is hier te zien.

Met de vulling van de terrassen zit het straks wel goed. Hoe, dat zullen we dan wel meemaken. Overigens viel me ook op uit de berichten van de laatste weken dat zowel terraszitten als het hebben van wc-papier in onze samenleving tellen als eerste levensbehoeftes.

Economische belangen doen de trom steeds luider roeren. Van deskundigen tot woordvoerders uit het bedrijfsleven, allen vragen ze of de risico’s het waard zijn om de boel zo vergaand plat te leggen. Steeds luider klinken de geluiden dat het buiten echt wel veilig is, dat het gebod om afstand te houden voldoende risico’s uitsluit. En schone handen voor iedereen, dat ook. De intelligente lockdown rekent nog steeds op volgzame burgers.

Misschien dat het gewoon genoeg is als we stoppen met zingen, hijgen en schreeuwen en grotere bijeenkomsten binnen en evenementen buiten. En als we modieuze mondkapjes dragen waar het moet. Ik wed erop, zonder enig voorbehoud, dat als er een manier komt om het cabineklimaat in de toestellen te voorzien van een systeem dat gegarandeerd ontsmette lucht voortbrengt, alle vliegverkeer onmiddellijk hervat raakt. Met de zitplaatsen gevuld. Ook het vliegen is een eerste levensbehoefte geworden.

Het leven op onze postzegel is in de mooie zomerse dagen die langer warm blijven, voor ons een verdroomde dans. Wij gaan rond in een zee van geluk, zo heerlijk is het in onze buitenkamer, het prachtig groene, bloeiende tuintje dat we hebben. We zitten er, knutselen er, lezen en eten er en staren verliefd naar het tuinleven en elkaar. Alleen slapen doen we binnen. Het heeft alles weg van vakantiedagen op een droombestemming. Een A-locatie, dat is het. Met ’s avonds ook nog wat mooie tv en film. Maar ook weten we allebei heel goed hoe het is om eenzaam te zijn. We voelen mee met mensen die vooral hun verdrietige, benauwd geraakte zelf voelen. Die dagelijks meemaken dat eenzaamheid zich niet van de weg laat sturen, maar aan alle momenten plakt als een hebberige schaduw. Dat is onverdiend zwaar.

Om verder te lezen klik hier