OSM

Ik moet vrij naïef zijn geweest, of niet voldoende bij de tijd, maar het was ergens rond het millennium dat de term ‘ons soort mensen’ mijn oren en besef bereikte. Uitgesproken in een soort vertrouwen waarvan ik eigenlijk niet goed begreep waarop dat stoelde. Ik luisterde en probeerde het begrip te vatten, maar het gedroeg zich nogal ongrijpbaar. Het was in de tijd dat ik probeerde de betekenis te doorgronden van steekwoorden als ‘eigen verantwoordelijkheid’. En van keurigheidscodes die er eigenlijk op uitdraaide dat openlijke emoties vooral voorbehouden leken aan mensen die het ergens voor het zeggen hadden. Een privilege, want alle anderen werden geacht van hun persoonlijke reacties en gedachten alleen die te kiezen, die getuigden van redelijkheid en relativeringsvermogen. Niet van machteloosheid en zeker niet van zieligheid, dat nooit. Het gedrag dat heel open en democratisch leek te zijn, maar een bijna hermetische pikorde zeker stelde.

Wie waren dat toch, ons soort mensen? Ik voelde me verstrikt raken in een landschap waar ik de bewegwijzering slecht van kon lezen. Een tipje van de sluier raakte opgelicht toen iemand op zeer rijpe leeftijd mij vertelde over mensen uit de buurt die waren gekomen met het dringende verzoek vooral om het meteen te laten weten als ze vanwege de ouderdom op het punt waren gekomen dat het huis zou worden verkocht. Dan konden die buurtgenoten hier tijdig bekenden over te tippen. Want ja, het was toch fijn als de buurt werd aangevuld met OSM, u snapt wel!

Er zijn dus mensen die de wereld zonder twijfel konden verdelen in ons soort en de anderen. Die zich een duidelijk te onderscheiden lid van een  groep wisten, bepaald door glasheldere coördinaten. Die graag wilden duiden wie daar toe behoorden. En ik liep waarschijnlijk rond in de schemerzone, tastend op zoek naar de grenzen.

Wat ik trof waren mensen die precies wisten wanneer ze ‘aan de beurt waren’ om zich te doen gelden. Die pas initiatief betoonden als ze wisten dat het succes ze niet meer zou ontgaan. Die een fijn neusje lieten trillen bij alle vormen van afwijking en ongeregeldheid. Mensen die ergens voor geleerd hadden en zich hun plek niet lieten ontgaan. Want achter het decor van de correcte bejegeningen, passeerden heel wat commentaren op anderen de revue wanneer dat in vertrouwen lukte.

Zat je middenin het spel, dan bevond je je in een fluwelen wereld. Maar aan de rand kon je onverhoeds worden geraakt door een ijzige sociale kou waar niet over te klagen viel. Het was een vorm van kardinalenintrige, maar dan zeker niet rooms. Het was een nieuwe kaste, een product van gelijke kansen en stille netwerken.

Ik zag hoe mensen zich voor vergaderingen steeds bewuster in kleding staken die smaak én portemonnee vertegenwoordigden. Ze gedroegen zich daarbij alsof die fraaiheid uit de lucht kwam vallen. Zelfs mensen met een passie voor milieu en sociale vraagstukken, meestal toch eigenwijze types, hulden zich ineens in deftig design met een knipoog. Ze leken er volkomen zeker van dat die presentatie hun passie, deskundigheid en rechtmatigheid van standpunten alleen nog maar kon bevestigen. Je zag zo ook direct wie het spel had begrepen en wie niet. Zelf zat ik soms goed, soms juist helemaal niet. Ik beleefde mee hoe dat telde. Hoe er een nonchalant negeren ging heersen wanneer iemand hier niet aan voldeed. Ik begreep er geen snars van. Waar ging het nou om? De boodschap of de boodschapper?

Ik merkte dat het heel belangrijk gevonden werd dat je maatschappelijk je eigen broek ophield. Dat begreep ik opnieuw niet, want het kwam meestal uit monden van mensen die zich verzekerd hadden van inkomens die voortkwamen uit algemene middelen of donaties. Dat waren toch veilige banen? Het ‘je eigen broek ophouden’ werd gekenmerkt door het hebben van een eigen huis in een prettige buurt met ruime straten en veel bomen op enige leeftijd, een verantwoord aantal kinderen, vakanties van eigen signatuur zonder al te veel vliegbewegingen en grote luxe in praktische zaken. Dat vooral. Een uitlaatklep werd gevonden in het genieten van cabaret, iets van muziek en veel naar musea. De voorstellingen werden stelselmatig afgezegend met een staande ovatie over zoveel onthullende en confronterende humor. Dit bestaansmenu was opgetrokken uit een verantwoorde levensstijl zonder dat je jezelf echt iets ontzegd en het hebben van een antwoord op alles. Iedere spontaniteit of dierlijkheid bleek verdwenen in een wolk van succes.

Hoe deze golf van opstandige gedachten in mij wakker werd? Bij het horen van een uitleg in een actualiteitenprogramma over de gezondheid van de Nederlandse jeugd. Vergelijkenderwijs werd gesteld dat een ongezonde leefstijl onder VMBO-leerlingen en MBO-studenten couranter was dan bij ‘zeg maar, de gewone jeugd’. Mijn mond viel los. Geen van de gasten aan tafel, noch de presentatoren leek deze uitleg te storen. Druk knikkend gaven ze er blijk van goed begrepen te hebben dat er een uiterste noodzaak was om deze niet-gewone jeugd te corrigeren. ‘Een prachtig doel!’ en ‘Veel succes met jullie initiatief’. Onze toekomstige kappers, vuilnismannen, kassamedewerkers, zorgpersoneel, elektriciens, loodgieters en wie allemaal niet meer, zullen met donaties worden gestimuleerd om bij de gewone jeugd te gaan horen. En dat is iets héél anders dan ‘de gewone mensen in dit land’. Het dier in mij huilt zacht: ‘Ik voel me zo verdomd alleen’.

Om verder te lezen, klik hier.