Veilige zelfredzaamheid

Jarenlang werd ons voorgehouden dat zelfredzaamheid een kwestie was van bereidheid. Iets waar het ons als inwoners van dit land toch wel erg aan ontbrak. Het werd een doorlopend leerstukje waar nogal wat verworvenheden als badwater werden weggespoeld. Kregen we in ruil meer vertrouwen om dit tot een volwassen betrekking tussen de overheid en haar burgers te laten groeien? Nee, we werden gezien als subsidieverslaafden, huilebalken en calculerende burgers.

Nadat we met hamers op virussen mochten slaan, mogen we nu liever nergens meer gaan staan. Voor het vermijden van groepsvorming in de openbare ruimte heb ik alle begrip. Maar als ik nu kijk naar de broodnodige kansen die de overheid zou kunnen benutten, dan hoop ik er echt op dat de overheid ons nu als bondgenoten wil zien én behandelen. Over een paar weken liggen de sneltesten in de winkel. Het gebrek aan honderd procent zekerheid doet de grote kabinetsfluisteraar Van Dissel het middel in twijfel trekken. Het onderhoudskabinet beweegt mee en heeft het alleen over zaken in het brede maatschappelijke verkeer: het economische herstel en het openbare leven in sport en cultuur.

Niets hoor ik over de toch wel echt hard gevoelde contactarmoe binnen de eigen kring. Met het toestaan van één bezoeker per dag per huishouden wil men het leven achter de voordeur buiten de besmettingen houden. Zo is veel gekneusdheid door onheilsgevoelens en eenzaamheid ontstaan. Dit kan verlicht worden als we het vertrouwen zouden krijgen dat we over het algemeen juist heel graag verantwoordelijk met elkaar zouden willen omgaan. Want één ding weet ik zeker: dat is het geval.

Nu we eindelijk zelf kunnen gaan testen als we daar zelf behoefte aan hebben, geeft dat binnen de bestaande regels een ander perspectief. Natuurlijk niet honderd procent waterdicht, maar daar gaat het in al dat beleid toch al niet om. Het gaat erom de cijfers naar beneden te krijgen en de ziekte minder gevaarlijk te maken. Technisch gaat het beleid er alleen om dat de zorg niet op slot slaat door overbelasting. Zou het niet fijn zijn als men het van hogerhand wil toestaan dat mensen elkaar weer kunnen bezoeken? Mensen voorzien van een bruikbare en begrijpelijke handleiding hoe dit het beste kan worden aangepakt?

Ik zou zeggen: wees eerlijk en zeg dat de lockdown echt nog zal doorduren tot juni of zelfs enige weken daarna. Werk regels uit hoe mensen elkaar weer thuis kunnen zien. Bijvoorbeeld een maximum van twee per dag als de sneltest goed wordt gebruikt. Dat kan prima als mensen van tevoren een afspraak maken voor het bezoekmoment. Onderling afspreken dat iedereen zich drie dagen eerder laat testen en nog een keer op de dag zelf, voordat het bezoek begint. Dat het geen schande is om dat van elkaar te vragen en ook niet om bij twijfel nee te zeggen. Dat je dat samen voor elkaar doet!

Ik denk dat als de burger bondgenoot mag worden om mee te werken aan een eindstreep voor de maatregelen, er heel veel opvolging te verwachten is en dat we met elkaar onze zelfredzaamheid ook beter samen op peil kunnen houden.

In de praktijk bij een voorgenomen bezoek aan huis: doe allemaal het zelftest-ritueel van twee keer testen met een interval van een paar dagen zonder belastende contacten, handen reinigen met een flinke gelbeurt bij binnenkomst en na een toiletbezoek, de klep van de wc dicht vóór het doorspoelen. In kleinere ruimtes mondkapjes blijven gebruiken en verder de gebruikelijke afstand eerbiedigen. Even goed luchten als het bezoek weer de deur uit is.

Daar valt beter aan te wennen dan aan wat er nu is en in het licht van echt perspectief willen mensen dat heus graag zo doen.

En o ja, laat de gemeente vouchers uitgeven aan mensen met een klein inkomen voor het aanschaffen van die sneltesten in de winkel. Dan zijn ook die algauw wat redzamer en minder eenzaam!

Om verder te lezen, klik hier.