Wat zit er in de naam?

foto Heleen van Tilburg / website

“De ramen van de lokalen kunnen niet open, we hebben hier geen ventilatie”, zegt rector Bert Kozijn. Hij vertelt dat de school in januari overgaat naar een gloednieuw gebouw waar de ventilatie wel op orde is. “Maar tot die tijd moeten we het dus doen met wat we hebben.”

Zo’n verhaal uit een omroepbericht brengt het Benno Baksteen-effect van vliegtuigrampen nu in het nieuws over de corona-crisis.
Uit meligheid kom ik nog met deze: bedisselen. Uit een woordenboek hier de synoniemen: regelen, bijschaven, beredderen, betuttelen, afspreken. Ik raakte verder onderweg bij het lezen van een alinea uit het werk van de Franse filosoof die in de negentiende eeuw schuurpunten binnen de verse democratie de maat neemt en lees:

Er blijft dan maar één instantie over die alle maatschappelijke problemen kan aanpakken: de staat. De keerzijde van het gelijkheidsideaal en het daaruit voortvloeiende individualisme en egocentrisme is dus een grote, alles bedisselende overheid, die als een herder waakt over de verstrooid levende schapen. Een zachte, milde despotie noemde Alexis de Tocqueville dat, maar deze vorm van despotie kan omvattender en verlammender zijn dan oude vormen van harde despotie. Deze moderne welvaartsstaat reduceert elke natie immers tot „een kudde schuchtere dieren”, behandelt mensen als kinderen en zorgt ervoor dat zij kinderen blijven en nooit volwassen en onafhankelijk van de hulp van de staat zullen worden.
Lang leve de zoekmachines op het web! Actueler dan dit valt het toch niet in je schoot.

Deze passage legt zelfs wel een mogelijk schuurvlak bloot tussen Rutte en zijn deskundigen in het Outbreak Management Team. Rutte wil uitdrukkelijk geen aanjager zijn van overheidsbetutteling. Hij stelt dat dit echt niet bij hem past. Heel misschien zou Jaap van Dissel zich minder koppig gedragen in zijn stelligheid dat mondneuskapjes weinig effect hebben, als Rutte zijn ‘eigen verantwoordelijkheid’ minder centraal zou uitdragen..
Hoewel tot de WHO aan toe wordt bepleit die dingen vooral te dragen, zowel binnen als buiten, betrekken beide heren vasthoudend de stelling dat het dragen van deze bescherming ons alleen zal verleiden de risico’s minder serieus te nemen. Dat is een bijna potsierlijke vorm van paternalisme, maar dat valt de heren na zoveel herhalingen niet wezenlijk op. Nu raken deze ingenomen posities door Rutte nog verder gelardeerd met de inzet dat we toch allemaal volwassen mensen zijn. Los van of dit een houdbare, zo niet naïeve benadering is van de gemiddelde volwassene, is het een manier van spreken die bij mijn weten altijd op een onderliggend probleem duidt, net als: ‘We weten toch allemaal…’ Managers gebruiken dit graag om de neuzen in ieder geval binnen het gesprek stevig dezelfde kant op te krijgen en ferm te laten voelen waar de grenzen liggen.

De samenleving is geen bedrijf en een regeringsleider is geen operationeel manager. Het gezag ontglipt Rutte steeds meer. Waar De Tocqueville dacht dat pampering van de burgers in een welvaartsstaat onherroepelijk zou leiden tot ‘een kudde schuchtere dieren’, weten we nu in deze woelig begonnen eeuw allang beter. Er profileert zich een heel ander groepsgedrag: het ‘eigen gevoel’ volgen, daar luidkeels van getuigen en verder ook veel joelen, schreeuwen en (mee-)zingen en dreigen met daadwerkelijk agressieve opstandigheid in grote groepen. Het is niet om de economie dat dit gedrag in bijvoorbeeld stadions en kroegen nog geen streng halt werd toegeroepen. De angst voor de verwende massa bepaalt deze terughoudendheid. En actiebereidheid van deze massa die eigen verlangens vooral beleeft als een onvervreemdbaar recht, daarvan is een voelbare grote hoeveelheid voorradig.

Ik trek mijn grens bij excessen, maar verder wiebel ik rond in een zeker begrip. Als je jong bent voel je je toch vaak beroofd van een groep als je alleen bent. Pas als je weer deel bent van die pret- en hormonaal gedreven wereld is er een thuis in het bestaan.
Het OMT zou eigenlijk wel een psychologisch deskundige kunnen gebruiken. Want reacties verschuiven, vertrouwen moet steeds opnieuw worden verdient en de zingeving die nu geboden wordt bij deze ingrijpende maatregelen, schiet tekort. Alleen voor de ouderen en kwetsbaren hou je niet iedereen voor onbepaalde tijd binnen. Zeker niet als het thuiszijn daar gevoeld wordt als een straf, een uitsluiting.

Om verder te lezen, klik hier.