Woonwaarde

De afgelopen jaren is er niet alleen flink bezuinigd op maatschappelijke voorzieningen en middelen, er is een beleid gevoerd waarbij met de minst draagkrachtigen juist nog eens flink wordt afgerekend. Ik ken één voorbeeld dat heel helder is en weinig wordt aangehaald, zelfs niet nu deze maatregel opnieuw ter discussie staat.

Huurders van corporaties zien, als ze er kijk op hebben, een derde (één derde, 1/3de) van hun huur verdwijnen in de zakken van de overheid in de vorm van de verhuurdersbelasting geïnd bij de woningcorporaties. Dat geld gaat naar de algemene middelen, niet eens naar een doel dat het woningbestand helpt.

De verliezen door het financieel wanbeheer als bij Vestia, werden ook al eens afgerekend en betaald uit de huren, omdat de corporaties elkaar wettelijk onderling financieel zeker moeten stellen. Heel hoge boetes op armlastigheid die vrijwel onzichtbaar neerdalen in de inkomens van velen. Daaronder niet de minsten, want zijn de helden van nu niet gewoon vuilnisman/vrouw, schoonmaker, supermarktmedewerker, ziekenverzorger? Als ze in een woning wonen die onder de woningwet valt, dan behoren ook zij tot deze beboete maatschappelijke klasse. En dat zijn geen enkelingen.

Die schandalen bij woningcorporaties ontstonden door wangedrag van bestuurders. Zij meenden dat er met geld dat was gereserveerd binnen de sociale woningmarkt, vrijelijk gegokt mocht worden op internationale geldstromen. Het was niet de eerste, en zeker niet de laatste keer dat eindverantwoordelijken publiek geld aanzagen voor een pot die hen in staat stelden hun partijtje mee te blazen in het concert van economisch geslaagden. Van mensen die het heerlijk vinden om mee te tellen in de wereldwijde windhandel van ‘het grote geld’. Mensen die zich gedragen of zij dit geld zelf hadden verdiend door het nemen van ondernemersrisico’s. Ons soort mensen? Of zit dat toch anders?

Ook bij besturen van MBO’s en provincies bleek deze verleiding niet te weerstaan. In plaats van dat de staat zich opstelde als hoeder van publieke middelen, ontpopte zij zich als een vergaand regulerende overheid. Een overheid die vermeende winsten in de publieke sector bij voorbaat vergaand afroomt ten gunste van het financieren van een beleid dat grote marktpartijen flink ruimte gunt op basis van een niet geschreven of ondertekende gentlemen’s agreement.

De schandalen waren de aanleiding om de wereld van de sociale huurwoning eens flink op te schudden. Niet met het doel om deze gezonder te maken, louter met het doel deze te marginaliseren. Om terug te keren naar een soort voorziening, alleen bedoeld voor de allerarmsten. Europese regels beogen dat ook. De vastgoedlobby blijkt stevig in het zadel te zitten.

Zo kan het nu gewoon zijn dat bij de stijgende prijzen in de woningmarkt, niemand met een redelijk én eerbaar inkomen nog aan een huis weet te komen. Want de markt zorgt voor de markt, niet voor het bredere maatschappelijk welzijn. In ieder geval heb ik de vastgoedwereld uit eigen beweging nog nooit zijn plek zien innemen op de markt van de huurder met een laag of gemiddeld inkomen.

Deze huurders subsidiëren nu de overheid uit hun eigen huishoudportemonnee – heeft u wel een pasje voor de voedselbank gehad? – en niet andersom, zoals men graag gelooft en doet geloven.

De huizenbezitters worden hypotheekgewijs uit de wind gehouden als aaibaar kiezersbestand. Hun gemeenschappelijke schuldenlast gromt en schudt als de kokende modder van Campi Flegrei onder Napels aan de economische basis van ons land. Maar ja, uitbarsten? Niet nu toch? Niet tijdens ons bestaan? Hoogst onwaarschijnlijk. Optimisme hebben we immers nodig voor een voorspoedige ontwikkeling, geen onheilsprofeten, toch?

Er is altijd een onderliggende gedachte achter veranderingen in beleid. Is die gedachte alomvattend niet zoiets als dat minder draagkrachtigen behoren tot de groep sukkels en losers die maar eens moeten aanpakken? Want als je echt wilt, dan is verandering heus mogelijk en als dat niet lukt ligt het echt niet een beetje, maar eigenlijk wel helemaal bij jezelf. Succes is tenslotte heus iets dat je zelf hebt verdiend? En als de één het kan, kan de ander dat toch ook? Al bij al een uitstekende basis om te rechtvaardigen dat die armlastigen maar eens uit hun holen gedreven moeten worden. Geen geld: harder werken!

Om verder te lezen, klik hier.