Woorden, daden en dooddoeners

Mijn urgentie om de crisis nauwgezet bij te houden, is in kalmer vaarwater beland. De actualiteiten leiden tot minder boosheid nu de volle omvang en dynamiek zo vaak en zo gedetailleerd tegen het licht gehouden worden dat ik minder gaten bespeur in de aanpak en redenaties erover. Wel voel ik intens mee met de mensen voor wie het slopend is om vast te zitten. Voor wie het verstrijken van de tijd aanvoelt als weggegooide dagen. Voor wie het afwachten van een bevrijding uit deze crisis een zware last is en het slepen ervan tot uitputting en vervreemding leidt.

Eén vraag speelde nog steeds door mijn hoofd. Wat was er toch geworden van de LAMP-sneltest? De Oostenrijkse wetenschappers die deze spotgoedkope en uiterst effectieve test ontwikkelden, stelden hun vinding rechtenvrij ter beschikking aan de hele wereld. In september en oktober werd nog luid gejuicht over deze simpele toepassing en daarna werd het stil. Ik vond met gemak de onderzoeksdata van de verschillende testen en twee weken later bleken deze onvindbaar. Ik stuurde mijn vraag over de ontwikkeling van sneltesten naar TNO waar een team voor de overheid bezig is met de ontwikkeling. Na een dag kreeg ik antwoord: de proefstraat draaide in Amsterdam en zou spoedig worden uitgerold. Ik hoop het maar, want we kunnen nog veel baat hebben bij een breed inzetbare testmogelijkheid. Het zou ons enorm kunnen helpen om maatschappelijk weer op toeren te komen als iedereen op eigen gezag kan besluiten tot een test. Intussen kan rustig worden doorgeprikt.

Over de economie maak ik mij minder zorgen. Als bij de eindstreep van de crisis een beheerste vorm van schuldenvordering volgt, zal een herstart van wat er was zeker snel op gang komen. Het enthousiasme om de draad op te pakken en iets van de verloren tijd in te halen is een breed gedeeld verlangen. Of dat echt wijsheid is? Daar ben ik minder zeker van. In de levenssoep van deze aarde blijken mensen ook opnieuw een doorlopende plaag. Veel dieren op land en in zee bekopen ons mondkapjesgebruik met hun leven. Het over de schouder gooien van alles dat voor ons geen nut meer heeft, blijkt een uiterst hardnekkige domme gewoonte. En dat voor zo’n intelligente soort. Gewoon een zakje meenemen om zaken thuis weg te gooien is ons een moeite teveel. En dit keer kunnen we de dodelijke vervuiling niet afschuiven op de scheepvaart of industrie. Ieder kapje is door een persoon weggegooid. Op de kreet ‘boeiuuhh’ zou een heel hoge boete moeten staan.

Nog een andere nare gewoonte trok mijn aandacht de afgelopen dagen. Sinds de jaren tachtig doet een psychologische dooddoener de ronde. Nu kreeg het een vriendin van ons hem te verwerken. De dooddoener is het onschuldig klinkende vraagje: ‘Ligt het niet eigenlijk ook een beetje aan jezelf?’ Onze vriendin die heftig ziekt werd na besmetting met covid, ontving dit commentaar bij herhaling van mensen om haar heen. Weerloos wordt ze zo de verdediging in gewerkt. Nu voelt ze zich dubbel ellendig. Achteloos in de steek gelaten en afgekeurd. En nog steeds enorm ziek.

Het is een sluipende sociale ziekte om dit modezinnetje toe te voegen aan mensen in moeilijkheden. Ook patiënten van bekendere zware aandoeningen als kanker en chronische ziektes kunnen allang meepraten over deze bejegening door anderen. Die anderen die ten koste van alles de gewenste glans in hun leven proberen vast te houden. Die geen last willen hebben van slachtoffers. Die graag zelf de belangrijkste, de leukste en succesvolste willen zijn en zich onderscheiden door een ander iets in te wrijven. Wil je je daartegen verweren, kom je onontkoombaar terecht in een strijd, ruzie of iets wat daar op lijkt. Het is een verdachtmaking en oordeel tegelijk om zoiets te vragen. Degene die de vraag krijgt, weet zich in één keer uit het gesprek gesmeten en alleen nog belangrijk als kletsvoer in de zelfverheffing van anderen. Verder brengt het niemand ergens.

Al dat gedoe over meningen, inspireert me tot de gedachte dat het mogelijk moet zijn om een gewoonte te maken van de vraag: ‘Zou het ook kunnen dat je niet helemaal gelijk hebt?’ Even achteloos en vriendelijk zomaar dat beetje noodzakelijke twijfel zaaien. Wereldwijd het zout in de pap naar mijn bescheiden mening. De vraag mag mij gesteld! Vooral doen!

Om verder te lezen, klik hier.