Zoals het draait

Foto: Heleen van Tilburg

Vanmorgen keek ik naar een herhaling van een documentaire over Nick en Simon. Ze verbleven in New York om het leven en werk van Simon en Garfunkel in kaart te brengen. Het dagelijkse, vaak blijmoedige, gezicht van New York, komt verrassend mooi in beeld. Het dient als decor bij vele interviews met oudere mensen die een belangrijke rol speelden in de muzikale ontwikkeling van het Amerikaanse duo en daar levendig verslag van deden. Naast de straatbeelden haakte een uitspraak van een van deze mensen zich vast in mijn hoofd. Hij stelde dat hij het teruggaan in herinneringen een valkuil vond en zich liever richtte op de toekomst. Gezien zijn hoge leeftijd een opmerkelijke uitspraak. Maar wel illustratief voor de stemming bij deze uiterst wakkere ouderen.

Voor mij sloeg die opmerking direct terug op vragen die mij al tijden bezighouden, de laatste week in het bijzonder. Een echte zondagsoverpeinzing meldde zich. Ik keek terug naar de week van een afscheid dat ons leven tekent. Het naderen hiervan hield mij al weken in de ban en speelde roulette met mijn vragen naar de zin van het bestaan. Dan weer was het bestaan slechts een futiel momentje in de kosmos, dan weer kwamen mijn angsten voor het loslaten ervan als grote koude wolken op me af.

Al heel lang denk ik dat het bestaan, naast de tastbare versie, zich toch vooral in onze hoofden en gemoed afspeelt. Ieder mens op zichzelf heeft een hele wereld in het hoofd, een eigen werkelijkheid die nogal eens moeizaam te volgen is voor anderen. Het is vaak zo bij een uitvaart dat je de verlorene in allerlei verhalen nog eens de revue hoort passeren en dat er dan momenten zijn waarbij je denkt: daar had ik geen idee van.

Wij rouwenden, beloofden in onze toespraken, dat onze dierbare overledene voor altijd in ons hart gekoesterd zal worden, ook al is het uiterst pijnlijk om die plaats in te ruimen. Nooit willen wij hem vergeten, want de gedachten aan hem zijn het landschap van verrassend mooie en belangrijke ervaringen.

Het beheer van gevoelens is een van de meest tartende opgaven die een mens kan hebben. Voor je het weet dans je zonder echte balans van schots naar schots, springend en glijdend over wat je weet, wat dat met je doet, wat je ervaren hebt, wat je mag denken en wat je over een rand trekt, naar hoe nu verder. Van tijd tot tijd moet die innerlijke werkelijkheid eens flink worden afgestoft en opgeruimd.

Voor ik vanmorgen voor de tv ging zitten, had ik besloten dat veel in het leven bestaat uit het nemen van verliezen. En zo haakte de uitspraak over de valkuil van het koesteren van herinneringen moeiteloos vast in mijn hoofd.

Een heftige herinnering dook op. Aan hoe een kleuter reageerde die onverhoeds ontdekte dat het een levensregel is dat iedereen een keer dood gaat. Hij twijfelde geen moment aan die waarheid en ontstak luid roepend in een woedend en stampvoetend protest.

‘Ben ik dáárvoor gegroeid? Doe ik daarvoor mijn best? Is dat dan alles? Het is niet eerlijk!’ Hij was ontroostbaar en voelde zich totaal verraden door de werkelijkheid. Ik wilde hem troosten, maar dat ging me slecht af, want hij had gelijk. Het tomeloze verdriet moest met sussen en afleiding tot bedaren worden gebracht. Meer had ik niet te bieden.

Je verlies nemen is de hogere kunst in het leven. Je moet er al je krachten voor verzamelen op het moment dat het applaus van het behalen van successen verstomd is. En dan helpen goede herinneringen, juist doordat we ze kunnen laten herleven. Het zondagsgevoel werd versterkt door mijn besluit dat het bestaan meer moet zijn dan het hongerig eisende tastbare deel ervan. Dat er nog ergens een bestaanssoep is waar die innerlijke landschappen in een parallelle werkelijkheid samenvloeien. Er diende zich weer een zacht gevoel van vrolijkheid aan waarbij ik mijn herinneringen kan koesteren.

In onze tastbare wereld draait er nóg een roulette. Niet in de gesloten casino’s die onlangs in het nieuws aan de beurt waren in de rij van klagende bedrijfstakken, maar een virtuele gedrenkt in een ijdele atmosfeer van honger naar successen, naar roem en complimenten. Laten we zeggen dat wij, de mensen in dit fantastische land, de zwarte ballen zijn en genoemde motieven de rode. Er is ingezet op rood. Vuurrood, want het rien ne va plus, zal alleen klinken voor de zwarte. Niet voor allemaal, maar wel voor diegenen die als acceptabele gokschade worden aangemerkt. De roulettetafel bestaat uit de snelle vaccinatie en het losgezongen zijn van hernieuwde bedreigingen. Diepe hunkering naar het herstel van de eerdere ongebreidelde levensstijl, voedt dit gegok. Dat zich nieuwe werkelijkheden aan het ontvouwen zijn, is voor velen te ingewikkeld om mee om te gaan. Als eerdaags de geest van de vrijheid uit de fles is, zie ik weinig kansen voor het opnieuw aanscherpen van de maatregelen, wat de gevolgen ook zijn.

Intussen klinkt een devoot geprevel over het herstellen van onderling vertrouwen. Nu duidelijk is hoe je dat verliest, ligt de vraag voor hoe dat vertrouwen weer kan groeien. Aan één tovenaar en een paar, mogelijk gelogen, beloftes heb je dan niet genoeg.

Het durven nemen van je verlies is aan de orde. Hoe pijnlijk ook! Net als het betonen van werkelijk medeleven met iedereen die nu vecht voor het bestaan, of in angst leeft dat bestaan als onvermijdelijke gokschade weerloos te zullen verliezen of beschadigd te krijgen. Ook daar moet het nu echt eens van komen. Want zoveel mensen zitten nu nagelbijtend met bonzend hart gevangen in eigen huis en hoofd.

En de mensen die met uiterste inspanningen proberen de klappen op te vangen, weten zich opnieuw voorbij gekeken. De deels zeer vrijblijvende en verder hoogst verwarrende aanpak is laakbaar.  Boetekleden die vertrouwen herstellen zijn nu echt heel schaars geworden.

Om verder te lezen, klik hier.